Overtollige liquide middelen in uw BV: wat doet u ermee?

Overtollige liquide middelen in uw BV: wat doet u ermee?

Een overschot aan liquide middelen in uw besloten vennootschap (BV) kan tijdelijk zijn, maar kan ook een permanent karakter hebben. Regelmatig krijg ik de vraag of het verstandig is om deze overtollige liquide middelen in de BV te houden of over te boeken naar privé.

Aan de hand van onderstaand voorbeeld benoem ik de aandachtspunten die hierbij een rol spelen.

De heer De Bruin (ongehuwd) heeft twintig jaar geleden een BV opgericht omdat hij een onderneming begon. De zaken zijn voor de wind gegaan en inmiddels is er in de holding-BV (holding) een bedrag van circa € 2.000.000 aan liquide middelen aanwezig. Daarnaast zijn er, voor de bedrijfsvoering, nog liquide middelen aanwezig in de werkmaatschappij. De heer De Bruin vraagt zich af wat hij zal doen met de liquide middelen in de holding.

Uit de risicosfeer halen

Doordat de heer De Bruin dit bedrag heeft ondergebracht in zijn holding, heeft hij het in principe al uit de risicosfeer van de onderneming gehaald. Maar als de holding meetekent voor een lening die de werkmaatschappij aangaat of een bedrag uitleent aan de werkmaatschappij, dan gaat dat niet meer op. Door het bedrag als dividend aan privé uit te keren wordt het geld in principe ook uit de risicosfeer gehaald. Let u er dan op, dat u als privé persoon niet meetekent voor een lening die de werkmaatschappij aangaat. Nadeel van het uitkeren aan privé is echter dat over € 2.000.000 aanmerkelijkbelangheffing (ab-heffing) moet worden betaald van 25%. In totaal dus € 500.000.

Rendement

De heer De Bruin ziet op dit moment niet zoveel ondernemingsrisico en het idee om € 500.000 aan inkomstenbelasting te betalen spreekt hem niet erg aan. Misschien is het fiscaal optimaler om het bedrag niet in de BV te beleggen maar in privé. Als het geld in de holding wordt belegd, dan moet over de eventuele winst immers vennootschapsbelasting (VpB) worden betaald. Wordt de winst vervolgens naar privé uitgekeerd, dan moet over het dividend nog ab-heffing worden betaald. Kortom, een heffing van circa 40% (bij VpB-tarief van 20%) of circa 43% (bij VpB-tarief van 25%) over elke euro winst. Bij een vermogen lager dan € 100.000 is beleggen in box 3 al voordeliger als het rendement hoger is dan 4,3%. Bij een vermogen tussen de € 100.000 en € 1.000.000 is box 3 interessanter bij een rendement hoger dan 6,9% en bij het vermogen boven de € 1.000.000 is dit bij 8,1%.

Kortom: wat fiscaal optimaal is hangt samen met het rendement dat de heer De Bruin verwacht te maken op zijn beleggingen. Als hij in box 3 wil beleggen dan moet hij bovendien bereid zijn om direct de ab-heffing van € 500.000 te betalen. Mijn ervaring is dat niet veel directeuren-grootaandeelhouder (dga) bereid zijn dat te doen. Sinds een aantal jaren zie ik dat dga’s er ook weer voor kiezen om het geld van de BV uit te lenen aan privé om vervolgens in privé te beleggen. Iets wat in de jaren negentig van de vorige eeuw op grote schaal gebeurde en in een aantal gevallen tot problemen leidde.

Zichtbaarheid

Het nadeel van vermogen in een BV is dat de buitenwereld ook gemakkelijk de omvang van dit vermogen kan zien. De BV is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK) en heeft een publicatieplicht voor de jaarcijfers. De inzage bij de KvK is openbaar. Door een dividenduitkering kan het vermogen in de BV worden teruggebracht, maar voor de heer De Bruin leidt dat tot de niet gewenste heffing van aanmerkelijk belang. Jaarcijfers niet publiceren is ook geen oplossing: dit wordt aangemerkt als een economisch delict. In de praktijk zie ik dat, afhankelijk van de wensen van de dga en de omvang van het vermogen, er soms wordt gekozen om boven de holding een open commanditaire vennootschap (open CV) te plaatsen. De liquide middelen van de holding worden ondergebracht in de open CV en aldaar belegd. Een open CV moet ook worden ingeschreven bij de KvK, maar er is geen deponeringsplicht van de jaarcijfers. Fiscaal verandert er niets, want de beleggingswinsten in de open CV zijn gewoon belast met VpB*.

Hebt u een vraag voor Hanneke Kroonenberg? E-mail uw vraag naar j.kroonenberg@vanlanschot.com.

Mr. J. (Hanneke) Kroonenberg RB is hoofd van het Kenniscentrum bij Van Lanschot. Haar primaire aandachtsgebied is financiële planning voor de directeur-grootaandeelhouder. Zij houdt u regelmatig op de hoogte van actuele ontwikkelingen op het gebied van Vermogensregie.

*In september verschijnt er in het Vakblad Financiële Planning een artikel over de commanditaire vennootschap van Hanneke Kroonenberg met als co-auteur Cees Goosen van Loyens & Loeff.

Verder lezen

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot