Wordt het zwarte goud ook weer goud waard?

Wordt het zwarte goud ook weer goud waard?

Sinds de OPEC op 30 november overeenstemming bereikte over een productiebeperking is de olieprijs in de lift gegaan. En nu elf niet-OPEC landen ook een olieproductiebeperking hebben afgesproken, versnelde de opwaartse prijsbeweging. Een vat Brent-olie kost inmiddels zo'n $ 56,50 (Figuur 1). Net voor de OPEC-deal was dat tien dollar minder. Vergeleken met begin 2016 moet er zelfs twintig dollar meer worden betaald voor een vat zwart goud.

Zijn we op weg naar een structureel hogere olieprijs? Misschien zelfs opnieuw richting $ 100,-? Of is dit slechts een tijdelijke beweging? We bespreken een aantal relevante factoren.
 

Figuur 1: Olieprijs (brent, in $)

Bron: Thomson Reuters Datastream

 

Hoge voorraden blijven boven de markt hangen

De oliemarkt kampte geruime tijd met overaanbod. Matige economische groei, explosief toegenomen productie van schalieolie in de VS en een hogere wereldproductie in z’n algemeenheid waren de schuldigen.

Mondiale economie trekt aan

De macro-economische cijfers laten vanaf het vierde kwartaal wereldwijd een verbetering zien. En dat weerspiegelt zich in de vraag naar olie. Die ligt dagelijks bijna een miljoen vaten hoger dan twaalf maanden geleden (Figuur 2). De markt beweegt zich dan ook geleidelijk naar een evenwicht. In het vierde kwartaal van 2015 bedroeg het dagelijkse productieoverschot nog 1,7 miljoen vaten. Ondertussen is dat overschot teruggevallen tot 250.000. Gezamenlijk beloofden de OPEC en elf niet-OPEC landen om dagelijks 1,8 miljoen vaten minder naar boven te halen. Zodat er per saldo al snel een dagelijks olietekort zal ontstaan.

Olievoorraden in opslag torenhoog

Waarom willen olieproducenten die productievermindering toch doorzetten? Is dat nog noodzakelijk? Het antwoord luidt ‘ja’. Mede vanwege de grote opgeslagen olievoorraden in de wereld. Die zijn de laatste twee jaar fors opgelopen. Alleen al in de OESO-landen liggen deze 20% boven het gemiddelde van de afgelopen jaren. Concreet gaat het over zo’n 200 miljoen extra vaten in de voorraadkamers. Ook olievreter China heeft van de lage prijs geprofiteerd om z’n opslagtanks te vullen. Kortom, die tanks zitten overal overvol.

Vergelijk die hoge voorraden met de geplande dagelijkse productiebeperking van 1,8 miljoen, en het is duidelijk dat de afbouw tijd zal vragen. Gedurende heel dat proces blijven de extra vaten boven de markt hangen. En dat zet een rem op snelle verdere prijsstijgingen.

Figuur 2: Wereldwijde vraag naar olie, in miljoen vaten per dag

(Bron: IEA)

 

Grote vraagtekens bij naleving productieafspraken

Het is ook afwachten of ieder land zich aan de afgesproken productiequota houdt. In het verleden is dat niet altijd het geval geweest. Noch binnen de OPEC, noch erbuiten.

De verleiding om toch stiekem de oliekraan verder open te zetten is erg groot. Er zijn diverse olieproducerende landen met stevige begrotingstekorten. Dit verplicht hen tot het nemen van impopulaire binnenlandse maatregelen. Daarom is iedere oliedollar meer dan welkom. Landen als Nigeria en Libië hebben de afgelopen jaren hun olieproductie sterk zien terugvallen door burgeroorlogen en terrorisme. Zij nemen nu de productiedraad weer op. En dan is er nog Iran. Dat land wil het verloren olieproductieterrein - door de jarenlange boycot - terugwinnen. Kortom, diverse landen hebben verschillende redenen om extra olie-inkomsten binnen te halen.

Bovendien zullen de aangekondigde beperkingen afgezet worden tegenover productieniveaus die de voorbije maanden fors werden opgeschroefd. Door de OPEC, maar ook door bijvoorbeeld Rusland. Dat land moet het leeuwendeel van de niet-OPEC reductie voor z’n rekening nemen.

Tot slot mag er dan wel 1,8 miljoen vaten vermindering zijn aangekondigd, de optelsom van de verschillende quota per land komt maar uit op 1,6 miljoen. Los van de vraag of iedereen zich aan de afspraken zal houden, lijkt de afspraak vanaf het begin al niet eenduidig.

Niet iedereen nam deel aan de gesprekken

De landen die het beperkingsakkoord afsloten, vertegenwoordigen zo’n 60% van het wereldwijde aanbod. Belangrijke producten als de VS, China, Noorwegen, Canada of Brazilië zijn niet betrokken.

Amerikaanse schalieolie is het grote vraagteken

Met argusogen kijken de spelers op oliemarkten uit naar de reactie van de Noord-Amerikaanse schalieolie-industrie. Hoe hoger de olieprijs, hoe meer concurrentie vanuit die hoek lonkt. In 2013 hadden de meeste schalieproducenten nog een olieprijs van boven de $ 60,- per vat nodig om uit de kosten te komen. Door razendsnelle technologische ontwikkelingen is dat veelal tot onder de $ 40,- gezakt. In sommige regio’s zelfs tot net boven de $ 30,-. Geen wonder dat sinds de zomermaanden het aantal nieuwe oliewinplaatsen stelselmatig toeneemt. Daarnaast kan de Amerikaanse schalieolie-industrie snel opschalen met productielocaties.

Volop krediet beschikbaar voor schalie-olieprojecten

Na de productiebeperking van de OPEC is de appetijt bij beleggers om de Amerikaanse oliesector te financieren weer sterk toegenomen. Resultaat is dat rentepercentages voor de minder kredietwaardige oliebedrijven snel duikelen. En op hun beurt schrijven deze bedrijven véél nieuwe leningen uit. Die snelle ommezwaai was niet verwacht. Het betekent ook dat met name schalieoliebedrijven weer toegang tot krediet hebben om oliewinplaatsen versneld te ontwikkelen.

Olieprijs in backwardation

Een vreemd prijsfenomeen (backwardation) doet zich voor in de oliemarkt. De prijs van een vat WTI-olie voor levering in juli 2017 staat op hetzelfde niveau als een vat WTI-olie dat pas medio 2019 geleverd moet worden. Normaal gesproken ligt de prijs op de langere termijn hoger vanwege opslag- en financieringskosten. De veroorzakers van dit fenomeen zijn de Amerikaanse schalieolieproducenten die massaal hun toekomstige productie verkopen. Bij een prijs van $ 55,- per vat zijn deze producenten tevreden. En kiezen ze het zekere voor het onzekere. Een extra indicatie dat het opwaartse potentieel voor de olieprijs beperkt is en blijft.  

It’s the economy, stupid

Uiteindelijk is economische groei een van de belangrijkste fundamentele factoren die de olieprijs bepaalt.

Hoewel de economische cijfers iets aantrekken en aandelenbeurzen na de verkiezing van Trump rekenen op uitgebreide groeiondersteunende maatregelen, lijkt een explosieve groeispurt er niet direct in te zitten. Zo rekent de OESO op 3,3% wereldwijde groei in 2017. Tegenover 2,9% dit jaar. Weliswaar iets hoger dus, maar niet spectaculair. In deze verwachting is trouwens al rekening gehouden met enige stimuleringsmaatregelen vanuit de aantredende Trump-administratie.

Niet opnieuw naar de ‘oude niveaus’

De olieprijs legde het laatste jaar een dolle rit af. De recente prijsopleving is echter te verantwoorden vanwege de betere groeivooruitzichten en de recent afgesproken productiebeperkingen.

De hoge voorraden zullen echter nog enige tijd boven de markt hangen. Zelfs als de gemaakte afspraken nauwgezet worden opgevolgd. Iets wat sowieso valt af te wachten. Bovendien maken steeds meer schalieproducenten zich op om de productie opnieuw op te starten.

Per saldo lijkt het er dus niet op dat we moeten rekenen op een olieprijs richting de ‘oude vertrouwde niveaus’ rond de $ 100,-. Vóór de productieafspraken gingen we uit van een richtprijs van $ 40,- tot $ 50,-. Nu verwachten we dat de prijs van een vat Brent-olie in het eerste halfjaar van 2017 tussen de $ 50,- en $ 55,- zal schommelen.

Wat niet wil zeggen dat we niet kortstondig een eind boven de $ 60,- kunnen doorschieten. Zelfs als de productieafspraken geschonden worden. De verklaring hiervoor ligt in Saoedi-Arabië. Dat land wil koste wat kost de productie beperken, zo lijkt het. Omwille van de eigen staatsfinanciën en omdat er plannen zijn om staatsproducent Aramco naar de beurs te brengen. In de marge van het akkoord met de niet-OPEC landen, verklaarden de Saoedis zich zelfs bereid om op eigen houtje minder op te pompen, mocht blijken dat anderen een loopje nemen met gemaakte afspraken. Dit kan een tijdelijk doorschieten van de olieprijs tot boven de $ 60,- per vat tot gevolg hebben.

Toenemende schalieproductie zal echter ook in dat scenario na verloop van tijd de prijs opnieuw drukken. Zodat we, gegeven de huidige groeiverwachtingen, uiteindelijk alsnog tussen die $ 50,- en $ 55,- denken uit te komen.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot