Veranderingen box 3 per januari 2018: goed of slecht nieuws?

Ridderzaal Den Haag Prinsjesdag belasting

Zeven maatregelen uit het regeerakkoord van Rutte III zijn overgenomen in het Belastingplan 2018. Eén van die maatregelen is de aanpassing van de vermogensrendementsheffing in box 3.

Dat zou goed nieuws kunnen betekenen. Maar is dat ook zo? Wij zetten de voorgestelde veranderingen in box 3 voor u op een rij.

Verhoging belastingvrije som

De belastingvrije som in box 3 wordt per 1 januari 2018 verhoogd van € 25.000 naar € 30.000 per persoon. Dit is inderdaad goed nieuws voor de spaarder en/of belegger.

Aanpassing forfaitair rendement

Daarnaast wordt de berekening van het forfaitair rendement van spaargeld aangepast. Tot nu toe geldt daarvoor het voortschrijdend gemiddelde rendement over vijf jaar zoals gepubliceerd door DNB. Dat wordt vanaf 1 januari 2018 het rendement van het laatst gepubliceerde jaar (voor 2018 is de maatstaf de periode van juli 2016 tot en met juni 2017). Zo probeert men beter aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Maar kunnen we hier nu blij mee zijn?

Voor 2018 in ieder geval wel. Het forfaitair rendement op spaargeld daalt van 1,30% naar 0,36%. Daardoor daalt het tarief in de eerste twee schijven van box 3. Als het spaartarief niet zou worden aangepast, dan was de vermogensrendementsheffing in 2018 0,79% (eerste schijf), 1,35% (tweede schijf) en 1,61% (derde schijf) geworden. Doordat het spaartarief in de eerste schijf voor circa twee derde meetelt, zien we daar meteen een aanzienlijke daling naar 0,60%. De daling in de tweede schijf is beperkt, omdat het spaartarief daar maar voor een vijfde meetelt. Deze schijf daalt naar 1,30%. Voor de derde schijf heeft de daling geen invloed, omdat hier alleen het beleggingsrendement van belang is. Deze schijf blijft dus ongewijzigd (1,61%).

Ontwikkeling van de rente

Voor de toekomst hangt het helemaal af van de ontwikkeling van de rente of we blij kunnen zijn met deze aanpassing. Als de rente gaat stijgen, werkt de stijging in de nieuwe situatie veel sneller door dan bij het voortschrijdende gemiddelde over vijf jaar. De afgelopen jaren is de rente namelijk zeer laag geweest. Bij een voortschrijdend gemiddelde van vijf jaar hebben die jaren bij een stijgende rente een dempend effect. Stel dat de rente vanaf 2018 in een aantal jaren in stapjes naar 3,5% stijgt, dan slaat het voordeel uiteindelijk om in een nadeel: en dat is dus geen goed nieuws. De tabel hieronder laat dit zien.

Tabel: Forfaitair rendement spaargeld box 3 (huidig en nieuw) bij stijgende rente

Jaar

DNB-tarief spaargeld Voortschrijdend (5 jrs) Rutte III
(1 jrs)
Verschil

2017

0,25%

1,63%

 n.v.t.

 n.v.t.

2018

0,75%

1,30%

0,36%

0,94%

2019

1,25%

0,91%

0,47%

0,44%

2020

1,75%

0,74%

0,97%

-0,23%

2021

2,25%

0,73%

1,47%

-0,74%

2022

2,75%

0,88%

1,97%

-1,09%

2023

3,50%

1,22%

2,47%

-1,25%

2024

3,50%

1,72%

3,09%

-1,38%

Mogelijk komen er volgend jaar nog meer veranderingen voor box 3. Het nieuwe kabinet wil de box 3-belasting namelijk ook voor de andere beleggingscategorieën beter laten aansluiten op het werkelijk gerealiseerde rendement. Tijdens deze kabinetsperiode zal daarvoor een voorstel worden uitgewerkt.

Het Belastingplan 2018 moet overigens nog wel goedgekeurd worden door de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Na de parlementaire behandeling kan er nog een aanpassing komen.

Geschreven naar de stand van zaken, 6 november 2017

Meer weten?

Neemt u dan contact met mij op via j.kroonenberg@vanlanschot.com.

Mr. J. (Hanneke) Kroonenberg RB is hoofd van het Kenniscentrum bij Van Lanschot. Haar primaire aandachtsgebied is financiële planning voor de directeur-grootaandeelhouder en de vermogende particulier. Zij houdt u regelmatig op de hoogte van actuele ontwikkelingen op het gebied van Vermogensregie.

Lees verder

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot