Ons vizier is gericht op Brexit en China

Ons vizier is gericht op Brexit en China

Het Brits referendum over een eventueel vertrek van de Britten uit de EU nadert met rasse schreden. Logisch dat dit fenomeen de gemoederen in de financiële wereld flink bezighoudt. Bij een Brexit neemt de huidige onrust nog grotere vormen aan. Doordat Brexit momenteel het wereldnieuws bepaalt, raken de ontwikkelingen in China op de achtergrond. Maar ook die mogen niet uit het oog verloren worden. In dit maandbericht daarom aandacht voor beide onderwerpen.

Brexit-referendum:

  • Wij gaan er nog steeds vanuit dat de Britten binnen de EU blijven.
  • Komt de Brexit er toch, dan lijden aandelen, bedrijfsobligaties en het Britse pond daaronder.
  • Duitse staatsleningen, de Amerikaanse dollar of goud kunnen juist profiteren.
  • Onze portefeuilles bevatten minder risico dan enige tijd terug.
  • Als markten overdreven slecht reageren op een Brexit, kunnen kansen ontstaan.

China:

  • De groei loopt volgens planning.
  • Schulden zijn echter fors toegenomen door investeringen in de (zware) industrie en infrastructuur.
  • Beleidsmakers hebben weinig alternatieven om de groei op peil te houden.
  • Doordat Chinezen relatief veel sparen, wordt de consumptiegroei enigszins vertraagd.
  • We gaan nog steeds uit van een ‘zachte landing’ van de Chinese economie, maar houden wel  de vinger stevig aan de pols.

 

Aftellen naar het referendum

Nog een week tot het Brexit-referendum. Opiniepeilingen maakten recent een draai. Lag de blijven-aanhang eind mei comfortabel op kop, sindsdien brokkelde de voorsprong af. Het gemiddelde van de laatste ondervragingen geeft zelfs een nipte voorsprong aan het verlaten-kamp. Financiële markten reageren hier nerveus op.

Kijken we naar de inzet bij bookmakers, dan zien we nog steeds een ander plaatje. Dit laat zien dat de kans op een Brexit rond de 35% schommelt. Per saldo hetzelfde percentage als een aantal weken terug.

De publieke opinie lijkt mee te deinen met de thema’s in de actualiteit. Is dat het thema migratie, dan hebben de verlaters de wind in de zeilen. Domineert het thema economie het nieuws, dan profiteren de blijvers.

Kansen afgeleid van bookmakers zijn betrouwbaarder dan opiniepeilingen. Dat blijkt althans uit het verleden. De ervaring leert ook dat bij referenda het verstand uiteindelijk vaak wint van de emotie. Wij blijven er daarom vanuit gaan dat de Britten gewoon lid blijven van de Europese club.

Toch wordt 23 juni een spannende dag. Ook voor beleggers. Als er toch een Brexit komt, kan er een golf van risicoschuwheid over de markten rollen. Met aandelen en bedrijfsobligaties als slachtoffers. En natuurlijk ook het Britse pond! Traditionele ‘veilige havens’ kunnen dan weer tijdelijk profiteren: goud, Duitse staatsleningen, de dollar of de Zwitserse frank. De draai in de opiniepeilingen gaf de laatste dagen reeds aanleiding tot deze tendensen op financiële markten.

In ons beleggingsbeleid hebben wij de voorbije maanden al risico afgebouwd, door onze allocatie naar aandelen en bedrijfsobligaties te reduceren. Voor deze laatste soort beleggingen hebben we recent nog een extra stap gezet. Daarnaast leggen we in het obligatiedeel van onze portefeuilles een accent op staatsleningen van euro-kernlanden zoals Duitsland en Nederland. En we namen goud op in ons beleid.

Op deze manier menen we een evenwicht te hebben gevonden tussen ons centrale uitgangspunt dat alles uiteindelijk bij het oude zal blijven, en de kans op een Brexit. Als die er toch komt, dan zal onze reactie afhangen van de hevigheid in de marktbewegingen. Als die naar onze mening overdreven is, dan onstaan er in onze ogen juist nieuwe kansen. Dit hebben we de laatste jaren al vaker gezien wanneer financiële markten hevige turbulenties lieten zien. We kijken dan ook eerder uit naar het grijpen van die eventuele kansen in plaats van mee te gaan in de tijdelijke verkoopbeweging van sommige beleggers.

 

China nog geen gelopen race

Door alle aandacht voor het Brexit-referendum, en gaandeweg ook voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, is het Chinese verhaal wat naar de achtergrond verdreven. Toch heeft dat land de gemoederen de voorbije maanden vaak méér dan bezig gehouden.

De plotse devaluatie van de renminbi, op 11 augustus 2015, bond de kat de bel aan. Een schokgolf trof de economische en financiële wereld. Beleggers vroegen zich angstig af of het dan zó slecht gesteld was met de Chinese economie. Waarom zouden beleidsmakers een dergelijke ingreep anders doorvoeren? Alsmaar dalende Chinese valutareserves gooiden nog meer olie op het vuur van de onrust. Die duidden immers op grootschalige kapitaalvlucht.

Nadat de rust enigszins was weergekeerd, greep de Chinese koorts vanaf de eerste beursdag van 2016 opnieuw om zich heen. Aanleiding was een cijfer voor het ondernemersvertrouwen dat lichtjes onder verwachting uitkwam. Toch bevestigde het slechts een bestaande trend: de Chinese economie koelt af, zonder van een klif te vallen.

In geen van beide onrustige periodes gingen wij mee in de paniekstemming. We vonden de reactie van financiële markten overdreven. Achteraf bleek de Chinese economie inderdaad te kalmeren. Ze bevindt zich netjes op het uitgestippelde groeipad van ongeveer 6,5% op jaarbasis. Toch wil dit niet zeggen dat de Chinese zorgen helemaal van de baan zijn. Het land vereist meer dan gemiddelde aandacht.

Groei stabiliseert, schulden nemen toe

Gas geven, gas loslaten, gas geven en weer loslaten. Dat lijkt wel de samenvatting van het Chinese economische beleid. Als de groeimotor naar een te laag toerental dreigt te zakken, grijpen beleidsmakers in. Bijvoorbeeld door renteverlagingen of budgettaire stimulering. In China vindt dat laatste meestal plaats via bancaire kredietverlening.

 

De laatste maanden stond het beleid in de gas-geven-modus. Belangrijke macro-variabelen, zoals het ondernemersvertrouwen, herstelden. Net als vastgoedprijzen. Vooral in de belangrijkste Chinese steden gingen die fors de hoogte in.

Keerzijde van de medaille zijn echter de alsmaar oplopende schulden. Tegenover het Bruto Binnenlandse Product benaderen die intussen de 300%. Ter vergelijking: tien jaar geleden was dat maar net iets meer dan 100%.

Investeringen, met schulden, zullen noodzakelijk blijven

Die schuldenopbouw is vanzelfsprekend een factor om in de gaten te houden. Met de nodige nuanceringen weliswaar. Het overgrote deel is namelijk binnenlands gefinancierd. En luidt voornamelijk in eigen munt. Vaak betreft het ook kredietverlening door staatsbanken aan staatsbedrijven of regionale overheden. ‘Onderonsjes’ tussen officiële instanties dus. Dat maakt het ‘opruimen’ van eventuele latere schadegevallen minder moeilijk.

Bovendien is het de vraag of er op korte termijn een alternatief is. China moet een draai maken richting een economisch model dat meer en meer steunt op binnenlandse consumptie. Het groeitempo van de persoonlijke bestedingen ligt met z’n 9% boven het groeimomentum van de globale economie. Maar omdat die bestedingen vooralsnog slechts 39% uitmaken van het globale economische plaatje, is de kracht die hiervan uitgaat voorlopig te zwak om het geheel op sleeptouw te nemen. Wat op zijn beurt dan weer maakt dat (met schuld gefinancierde) investeringen politiek en economisch noodzakelijk blijven. Toch verloopt dat proces steeds moeizamer. Iedere nieuwe yuan-kredietverlening resulteert in minder yuans extra groei.

Meer consumptie: makkelijker gezegd dan gedaan

Daarnaast is de gemiddelde Chinees niet makkelijk aan te zetten tot meer consumptie. De spaarquote - het deel van het beschikbare inkomen dat in de spreekwoordelijke sok gaat - is hoger dan 40%. Voor een deel is dat cultureel bepaald. Bij de oudere generatie liggen de erbarmelijke omstandigheden ten tijde van de Culturele Revolutie nog vers in het geheugen. Bij de jongeren wakkeren hoge vastgoedprijzen de spaarwoede echter aan.

Tot slot heeft China te maken met de schrijnende gevolgen van de éénkindpolitiek: het overschot aan mannelijke vrijgezellen. Om alsnog een bruid aan de haak te slaan, proberen velen van hen een aantrekkelijk spaarpotje bij elkaar te harken. Zo ligt de spaarquote bij gezinnen met één zoon 2% tot 4% hoger dan bij vergelijkbare ééndochterfamilies. Dit valt vooral op in de provincies waar het overaanbod aan jonge mannen het hoogst is. Sommige analisten schrijven de helft van de toename in de spaarquote sinds de jaren zeventig toe aan dit demografisch fenomeen.

Chinese munt kan wellicht lager

Concluderend kunnen we stellen dat investeringen in traditionele sectoren zoals de zware industrie en infrastructuur belangrijk blijven. Vooral in perioden waarin de groei al te zeer dreigt terug te vallen.

Verder is het niet uitgesloten dat men de yuan opnieuw wat waarde laat verliezen. Voorzichtig weliswaar, want dit is gevoelige materie in de internationale politiek en op financiële markten. Zoals vorig jaar nog maar eens aantoonde. Toch is het goedkoper maken van de Chinese munt niet eens zo onverantwoord. Vanuit fundamenteel oogpunt is die namelijk iets van twintig procent te duur tegenover de munten van China’s handelspartners.

 

Beleggers moeten er rekening mee houden dat Chinese zorgen op enig moment opnieuw de kop kunnen opsteken op de internationale financiële markten. Die zorgen kunnen dan draaien rond de groei en/of de schuldenberg. Voor dit laatste biedt het relatief gesloten financiële systeem enige geruststelling. Vanuit deze ‘defensieve motivatie’ blijft een ‘zachte landing’ van de Chinese economie dan ook ons centrale uitgangspunt. Met echter een vinger die permanent aan de pols zit. En misschien wel twee vingers.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot