Bitcoin volgende stap in de monetaire evolutie?

Bitcoin luc aben macro-economie van lanschot

Digitale valuta roepen controverse op. Zo stelde de CEO van JPMorgan, Jamie Dimon, onomwonden dat als een van zijn traders het aandurfde in Bitcoins te handelen, de brave man of vrouw stante pede op straat zou staan. Niet alleen omdat het tegen de interne regels is, maar vooral omdat zo’n trader blijk zou geven van domheid. Waarna Dimon trouwens moest toegeven dat zijn eigen dochter Bitcoins had gekocht en nu triomfantelijk door het huis huppelde. De koers explodeerde immers. Om de voorbije dagen dan weer wat terug te vallen.

Hoe zit dat eigenlijk met die digitale munten? Kunnen ze uitgroeien tot volwaardige valuta en is het een goede investering? En moeten we profiteren van de huidige ‘koerszwakte’? Aan de hand van een aantal vragen bouw ik mijn redenatie op. Te beginnen met de vraag…

Hoe ontstaat ons geld eigenlijk?

Het is de centrale bank, in ons geval de ECB, die een soort starthoeveelheid aan geld neerzet. Het zogenoemde basisgeld.

Vervolgens ontstaat via het traditionele bankbedrijf een proces van geldcreatie. Dat verzamelt deposito’s, om die vervolgens opnieuw uit te lenen. Aan ondernemingen, gezinnen of overheden. Het is bij het toekennen van dat krediet dat nieuw geld ontstaat. Zo kan een gezin dat een hypotheek verwierf de aannemer betalen. Terwijl de depositohouder die eerder z’n geld naar de bank bracht, daar ook nog steeds gewoon over kan beschikken. Bijvoorbeeld om met zijn spaargeld een auto te kopen. Kortom, na de kredietverlening is er méér geld in de economie beschikbaar. Ziedaar, de geldcreatie.

Wie bepaalt hoeveel geld mag worden gecreëerd via dat proces van geldcreatie?

Uiteindelijk is dat de Europese Centrale Bank (ECB). Via het basisgeld, maar ook daarna kan ze sturen. Bijvoorbeeld door reserve-eisen op te leggen: welk deel van de ingezamelde deposito’s mag er überhaupt opnieuw uitgeleend worden? Daarnaast stuurt de ECB via haar rentebeleid. Een hoge rente maakt kredietopname minder aantrekkelijk. Zodat ook het tempo in de geldcreatie een tandje lager gaat. In geval van een lage rente, werkt het proces natuurlijk precies andersom.

Is de waarde van geld door iets gedekt of gegarandeerd?

Ja en nee. In ieder geval niet door een materieel iets als goud. Ten tijde van de goudstandaard (eind 19e, begin 20e eeuw) was dat wél zo. Wat automatisch betekende dat de totale geldhoeveelheid beperkt was vanwege de koppeling met de goudhoeveelheid.

Nadeel was dat zo’n beperking een rem zette op de economische groei: “U wenst een investeringskrediet? Jammer, maar we kunnen geen bijkomend geld creëren via een krediet. Dat nieuwe geld zou niet gedekt zijn door goud.” In 1971 werd het systeem van de goudstandaard definitief verlaten.

Toch betekent dit niet dat ons geld door helemaal niets gedekt is. Zoals we al zagen, is het de kredietverlening die nieuw geld creëert. Achter ieder nieuw bankbiljet staat dus onroerend goed in geval van een hypotheek, een machine of verdienmodel van een onderneming bij een investeringskrediet, en de economie van een land als het over een staatslening gaat.

Uiteindelijk draait het echter om vertrouwen. Niet voor niets spreken we over een systeem van ‘fiduciair geld’. Afgeleid van ‘fiducia’, Latijn voor vertrouwen. Vertrouwen dat bovenvermeld onroerend goed écht bestaat, de onderneming het goed blijft doen of het land degelijk bestuurd wordt. Vertrouwen ook in de capaciteit van banken om de juiste inschatting te maken bij het uitlenen van geld en de bekwaamheid van de toezichthouders om dit in de gaten te houden.

Wordt er met het opkoopprogramma van obligaties door de ECB (de 'kwantitatieve verruiming') nu écht geld uit het niets gecreëerd?

Het ligt iets genuanceerder. Tegenover het ‘gedrukte’ geld staat iets: obligaties. Centrale banken ruilen als het ware nieuwe bankbiljetten tegen obligaties. Het totale bezit van de verkopende partij, de partij die z’n obligaties afstaat, groeit of krimpt niet. Enkel de vorm van het bezit verandert: eerst had de verkoper obligaties in zijn portefeuille, nu zijn dat ‘nieuwe’ bankbiljetten. Mocht de ECB het geld trouwens opnieuw uit de economie willen halen, dan kan dat door de obligaties die ze via de kwantitatieve verruiming inkochten, weer terug te verkopen.

Er is dus geen sprake van ongebreideld geld drukken. Wat niet wil zeggen dat de ECB die bevoegdheid niet heeft. Een centrale bank kan steeds zonder meer de geldpersen aanzetten. Maar dat is met de huidige kwantitatieve verruiming geenszins het geval.

Waarom zijn digitale valuta ontstaan?

De eerste digitale munt, de Bitcoin, zag het levenslicht in 2009. Vlak na het uitbreken van de financiële crisis. Hoewel we het niet zeker weten, wellicht als een soort politiek statement tegen het geldsysteem. Een systeem waarin één soort instelling de geldhoeveelheid stuurt, onbeperkt kan bijdrukken als ze wil en daarbij niet onder directe democratische controle staat. Een systeem ook waarin het banken zijn die de geldcreatie voor hun rekening nemen. Banken die vaak wankel bleken. Digitale munten wilden een alternatief bieden.

Wat zijn digitale valuta en waarom zouden ze méér vertrouwen inboezemen?

In essentie zijn digitale valuta een beveiligde code, gegenereerd door software via de zogeheten blockchain-technologie. Het maximale aantal valuta-eenheden is vooraf vastgelegd en wordt geleidelijk door de software vrijgegeven. Voor de Bitcoin gaat het bijvoorbeeld over 21 miljoen stuks.

In tegenstelling tot bij traditionele valuta is er dus geen mogelijkheid van onbeperkte geldcreatie, wat de waarde ervan zou uithollen. De deelnemers aan het digitale netwerk, via software die iedereen kan downloaden, kunnen permanent controleren of die belofte ook wordt gehouden.

Datzelfde netwerk controleert ook iedere transactie: zijn de munten die u transfereert wel degelijk uw bezit? Zijn het inderdaad échte munten? Is er geen hacking in het spel? Pas als het netwerk groen licht geeft, gaat de transactie door.

Digitale valuta claimen dat dergelijke gedecentraliseerde controle, via het netwerk van computers van de deelnemers over de hele wereld, meer zekerheid biedt. Het is als het ware een netwerk ‘van deelnemers, vóór deelnemers’. Zonder dat daar een ‘officiële instantie’ bij komt kijken.

Toch is het niet zo dat digitale valuta’s meer zekerheid bieden, omdat ze méér onderliggende dekking hebben. Integendeel. De software geeft weliswaar slechts nieuwe eenheden uit tot een bepaald maximum, maar er is geen enkele link met de reële economie. Iedereen kan een nieuwe digitale munt opzetten en proberen een ‘community’ te creëren die elkaar daarmee betaalt.

Hoe kom ik aan digitale munten en wat bepaalt mijn aankoopkoers?

Via een makelaar (broker): gespecialiseerde websites waar euro’s tegen digitale munten zoals de Bitcoin zijn in te wisselen en te bewaren in een elektronische portemonnee. De transactiekoers is simpelweg het resultaat van vraag en aanbod.

Kunnen digitale valuta uitgroeien tot volwaardige valuta?

Dat is twijfelachtig. We zagen al dat er tegenover de digitale valuta geen enkele dekking staat. Bovendien kunnen deelnemers aan het netwerk elkaar weliswaar digitaal betalen, maar het is geen wettelijk en algemeen aanvaard betaalmiddel. Er is nog maar een handvol ‘winkeliers’ aangesloten waarbij je met een digitale munt mag afrekenen. In die zin zijn digitale munten louter een andere verschijningsvorm van de traditionele valuta. Wil je iets kopen, dan moet je eerst in traditionele betaalmiddelen omzetten.

Daarnaast is het maximale aantal toegestane munten een intrinsiek nadeel. Net zoals de beperking van de geldhoeveelheid ten tijde van de goudstandaard dat was. In ons geldsysteem creëren commerciële banken geld, zodat de geldhoeveelheid meegroeit met de economie. Is de geldhoeveelheid beperkt, dan is dat een rem op de economische ontwikkeling. En bijgevolg ook op het potentieel van digitale munten om volwaardig uit te groeien.

Een volwaardige munt vraagt ook dat er kredietverlening mogelijk is. Maar als ontlener zou je gek zijn om bijvoorbeeld in Bitcoins te lenen. Stel nu eens dat die munt inderdaad massaal doorbreekt. Iedereen wil ze hebben en kan er overal mee betalen. Dan kan de koers niet anders dan stijgen. Het aanbod is immers tot het eerder bepaalde maximum beperkt. Het krediet moet dan worden terugbetaald in een steeds duurdere munt. Ontlenen in Bitcoins is dus eigenlijk hopen dat het systeem flopt. Maar waarom zou je geld lenen waar je dan niets mee blijkt te kunnen aanvangen?

Zijn digitale valuta dan misschien toch een interessante belegging?

Niemand kan daar iets zinnigs over zeggen. Er is geen enkele link tussen de koers van een digitale munt en de reële economie. Het hangt er helemaal vanaf welke kant de ‘meute van de markt’ opgaat. Digitale munten hebben geen inschatbare ‘objectieve waarde’, enkel een prijs. Die bovendien extreem volatiel is en waarvan je enkel kan hopen dat een andere partij een hogere prijs wil betalen de dag nadat je zelf hebt aangekocht.

Luc Aben werkt als hoofdeconoom bij Van Lanschot. Hij schrijft en vertelt regelmatig over economische ontwikkelingen, de financiële markten en de ruimere wereld waarbinnen deze zich bewegen.

Wilt u meer weten of hebt u vragen? Neem dan contact op met uw private banker, een van onze beleggingsspecialisten of kijk op Beleggen bij Van Lanschot

Lees en luister verder

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot