Hoe bereiden stichtingen zich voor op lagere rendementen?

Hoe bereiden stichtingen zich voor op lagere rendementen?

Als bestuurder van een stichting rekent u met een rendement voor uw begroting. Hoeveel hebt u nodig voor het komend jaar? Hoe flexibel bent u wanneer het benodigde rendement niet wordt behaald? Welke mogelijkheden hebt u om reserves aan te spreken of om bij te sturen?

2016 is uiteindelijk een positief beleggingsjaar geworden. De belangrijkste beleggingscategorieën (aandelen en obligaties) hebben een positief rendement behaald, geholpen door een nog verder dalende rente. Beleggers hebben per saldo positief gereageerd op (voor mij!) verrassende gebeurtenissen als de Brexit en de overwinning van Trump. We zijn op rendementen uitgekomen, die we aan het begin van 2016 niet hadden verwacht. Maar wat betekent dat voor 2017?

Aan uitdagingen geen gebrek

Politieke uitdagingen in de vorm van Europese verkiezingen, toenemend populisme en migratie zullen de agenda voor dit jaar domineren. Terwijl de wereldeconomie zich hier weinig van lijkt aan te trekken, moeten beleggers wel hun strategie bepalen. U moet er rekening mee houden dat de rendementsverwachtingen voor de komende jaren lager zijn dan u de afgelopen jaren bent gewend. Welke mogelijkheden hebt u om u hierop voor te bereiden? Ik noem er drie:

1. Uitgaven van stichting verlagen

De uitgaven in 2017 verlagen ligt voor de hand, maar is daarmee niet vanzelfsprekend. Wanneer u geen langjarige toezeggingen hebt gedaan en het rendement niet nodig is voor vaste kosten, hebt u misschien enige ruimte om te manoeuvreren. Maar wenselijk is dat natuurlijk niet, want u wilt juist dat het rendement zoveel mogelijk ten goede komt aan de doelstelling van de stichting.

2. Vermogen nominaal of reëel in stand houden

Statutair heeft een stichting vaak vastgelegd dat het vermogen in stand moet blijven. Wanneer dat alleen in nominale termen is, kan al het rendement worden gebruikt voor doeluitgaven en hoeft u niets te reserveren voor inflatiecompensatie. Maar op langere termijn zullen het vermogen en het rendement dan wel aan koopkracht inboeten.

3. Reserves aanleggen via een ‘Spending Rule’

Om te voorkomen dat de activiteiten van uw stichting te sterk beïnvloed worden door wisselende jaarrendementen kunt u gebruikmaken van een zogeheten ‘Spending Rule’. U legt dan in betere tijden het overrendement vast in reserves, die (nog) niet worden uitgekeerd. Wanneer dan in enig jaar het gerealiseerde rendement tekortschiet, kunt u een deel van deze reserves aanwenden om het tekort aan te vullen. U kunt dit zo complex maken als u wilt, maar ook hier geldt dat eenvoud loont. Door de sterk gedaalde rente over de afgelopen jaren, zijn obligatiekoersen sterk gestegen en is een deel van het toekomstig rendement naar voren gehaald. Wanneer u een gedeelte hiervan reserveert, beschikt u over een buffer voor jaren van lagere rendementen. Op deze manier toont u aan al uw stakeholders een robuust financieel beleid, dat is voorbereid op mindere tijden.

Meer weten?

Wilt u weten hoe u uw stichting kunt voorbereiden op een mogelijk lager rendement? Neem dan contact op met Ruud van de Ven via 06 53 82 55 23 of ruud.vandeven@vanlanschot.com.

Ruud van de Ven is wealth manager Verenigingen & Stichtingen bij Van Lanschot.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot