Goede en slechte keuzes na de Brexit

Goede en slechte keuzes na de Brexit

De voorbije weken regende het voorspellingen over de economische gevolgen van een Brexit. De ene nog pessimistischer dan de andere. Nu het referendum beslecht is, is de onduidelijkheid er niet minder op geworden. Zoals de beweeglijkheid op financiële markten ook illustreert. De uiteindelijke economische impact zal afhangen van de exit-onderhandelingen. De bal ligt dus in het kamp van de politici. En niet alleen wat die onderhandelingen betreft. Ook in een ruimer kader zullen hun acties en reacties sterk bepalend zijn.

In dit blog aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • Het stemgedrag tijdens het Britse referendum lijkt te zijn beïnvloed door inkomensongelijkheid.
  • Politiek Europa kan hierop reageren door een ruimer begrotingsbeleid.
  • Dat zou kunnen leiden tot een groeiversnelling, wat positief is voor aandelenbeleggers.
  • Om het ongenoegen niet in de hand te werken, zouden beleidsmakers ook hervormingen kunnen uitstellen of de globalisering terugdraaien.
  • Dat zou dan weer negatief zijn voor aandelen.

Inkomensongelijkheid leidt tot frustraties

Hoe kan het dat een meerderheid van de Britse bevolking een keuze maakt die in essentie irrationeel lijkt? Die volgens iedere inschatting uiteindelijk uitdraait op een financieel verlies?

Sinds 23 juni is een hele reeks verklaringen de revue gepasseerd. Eentje die vaak terugkomt, is de toegenomen inkomensongelijkheid. Deze is het gevolg van een hele reeks factoren. Fenomenen als immigratie, globalisering en automatisering maken dat een steeds kleiner deel van het nationale inkomen naar de minst opgeleide bevolkingsgroepen vloeit. Waarop die besluiten met de voeten te stemmen. Ze maken van de gelegenheid gebruik om hun frustraties af te reageren. Het VK heeft trouwens geen monopolie op dit fenomeen. Ook in de VS surft Donald Trump op een soortgelijke golf van ongenoegen.

Helpt de Brexituitslag de ECB?

Politiek Europa staat bijgevolg voor een uitdaging. Negeert men het ongenoegen, dan dreigt het anti-establishmentklimaat de bovenhand te krijgen. Verkiezingen en referenda genoeg op de Europese agenda het komende anderhalve jaar.

Om de uitdaging te lijf te gaan, zouden politici kunnen besluiten de begrotingsteugels te vieren. Overheidsgeld als zoethoudertje. Méér uitgeven om de economische groei aan te zwengelen. Méér uitgeven om de inkomensongelijkheid tegen te gaan. Méér uitgeven om de lonen te laten stijgen. Vooral van de laagste inkomensgroepen. Dergelijk beleid zou ook de inflatie stimuleren. Paradoxaal genoeg kunnen de (politieke) gevolgen van een Brexit de ECB dus helpen haar doelstellingen te realiseren.

Nationale politiek doorkruist Europese afspraken

Natuurlijk beschikt niet elk land over de financiële armslag om zo’n beleid te voeren. Maar politieke druk kan deze hindernis van tafel vegen. In één beweging ook allerlei andere Europese afspraken wegvagend. In Italië gaf premier Renzi de voorbije dagen alvast een voorproefje. Veel Italiaanse banken kampen met slechte leningen op hun balans. Europese afspraken bepalen dat het in eerste instantie obligatie- en aandeelhouders zijn die eventuele verliezen moeten dragen. Renzi gaat hiertegen in het verweer. Hij wil de banken overeind houden met directe kapitaalinjecties vanuit de overheid. De hete adem van de kiezer die in deze banken geïnvesteerd heeft, blaast immers in zijn nek. Renzi schendt hiermee niet alleen de Europese afspraken rond de bankenunie. Hij lapt ook de Europese regels voor staatssteun aan ondernemingen aan zijn laars. Omwille van begrijpelijke politieke redenen.

Politieke U-bocht in de maak?

Het is niet per definitie slecht om met hogere overheidsuitgaven de conjunctuur te ondersteunen. Ook niet als dat hogere begrotingstekorten en hogere schulden met zich meebrengt. Cruciale voorwaarde is wel dat de beschikbare middelen naar projecten vloeien die het groeipotentieel op lange termijn opkrikken. Infrastructuurinvesteringen zijn in dit verband een vaak geciteerd voorbeeld.

Idealiter gebeuren dergelijke initiatieven onder Europese coördinatie. Waarbij landen met wat meer financiële slagkracht het voortouw nemen. Of het in de nasleep van de Brexit inderdaad tot zo’n breed stimulerend begrotingsbeleid komt, valt echter te bezien. Het zou immers een flinke politieke bocht betekenen tegenover de bezuinigen van de laatste jaren.

Aandelenbeleggers zouden alvast juichen. Meer economische groei betekent immers hogere bedrijfswinsten. Voor obligatiemarkten is het een beetje dubbel. Normaal gezien betekent een hogere inflatie ook hogere rente. Met koersverliezen op obligaties tot gevolg. Toch kan dit in de praktijk meevallen. Het ruime gelbeleid van de ECB houdt het algemene renteklimaat laag. Bovendien zou de inflatie niet van vandaag op morgen oplopen. Dat gebeurt geleidelijk.

Hervormingen: van uitstel naar afstel?

Om het ongenoegen van bepaalde bevolkingsgroepen in de hand te houden, kunnen beleidsmakers ook besluiten hervormingen uit te stellen. Bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt. Dergelijke veranderingen zijn zelden populair. Hun uiteindelijke doelen zijn méér concurrentiekracht en méér efficiëntie. Maar die resultaten zijn vaak slechts na verloop van tijd zichtbaar.

Een hogere efficiëntie betekent lagere inflatie. Hoe vlotter een proces immers loopt, hoe goedkoper het is om spullen te produceren. Andersom werkt uit- of afstel van hervormingen inflatie-verhogend. Desondanks zou de ECB in dit scenario niet blij zijn met het politieke ingrijpen. Of beter: het gebrek eraan. Vroeg of laat wreekt het uitblijven van hervormingen zich. In de vorm van minder internationale concurrentiekracht. En dus minder groei.

Moeten we nog maar afwachten of Europa het begrotingsbeleid over een andere boeg gooit,  het uitstellen van hervormingen maakt wellicht een grotere kans. Zelfs in politiek rustigere tijden blijkt dat al moeilijk. Laat staan in deze dagen.

China voelt de gevolgen van de Brexit eveneens

Tot slot nog iets over de globalisering. Sinds begin deze eeuw vervaagden de handelsgrenzen. Waarop de internationale handel explodeerde. Goedkope invoer drukte vervolgens de inflatie.

Het huidige maatschappelijke klimaat neigt naar het opnieuw optrekken van grenzen. De neiging tot protectionisme neemt toe. Het spreekt voor zich dat ook deze tendens tot een hoger inflatieniveau zou leiden. Maar het spreekt evenzeer voor zich dat de ECB en aandelenbeleggers hier opnieuw niet blij mee kunnen zijn.

Vooral groeilanden dreigen het slachtoffer te worden van meer protectionisme. Zij waren dé grote winnaars van een (handels)wereld die stilaan ons dorp werd. China bijvoorbeeld mag dan wel werken aan een grotere klemtoon op zijn binnenlandse vraag, zijn export blijft vooralsnog belangrijk. Voor de Chinezen én voor ons. Waarmee de wereld alsnog ons dorp blijft: een beslissing in Londen laat zich voelen tot in Peking.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot