Gezocht: hogere groei

Gezocht: hogere groei

Beurzen herstelden snel van de Brexit-opdoffer. Het aantreden van een nieuwe Britse premier kalmeerde de politieke storm voorlopig. Ook het aanhoudend ruime geldbeleid van centrale banken gaf markten zuurstof. Kan dit blijven voortduren? Uiteindelijk hangt dit af van de economische groei.

  • De jacht naar rendement duwt aandelen en (meer risicovolle) obligaties wereldwijd hoger.
  • Uiteindelijk moeten beurzen worden ondersteund door méér economische groei.
  • In Europa zou dat een ruimer begrotingsbeleid vragen.
  • Politieke turbulenties kunnen hiertoe leiden.
  • Ondertussen vormt ook een renteverhoging door de Fed een beursrisico. De Amerikaanse groei dreigt immers niet sterk genoeg om te zijn om tegengewicht te bieden.

Records dankzij centrale banken

Driemaal goud voor de VS! Zowel de S&P500-, de Nasdaq100-  als de Dow Jones Industrial-index bereikten medio augustus een historisch hoogtepunt. Gelijktijdig gingen ook Amerikaanse obligaties hoger. Het rendement op 10-jarig Amerikaans staatspapier viel daarop terug tot 1,5%. Dat mag dan veel zijn in vergelijking met de obligatierente in Europa, vorig jaar verdienden beleggers in Amerikaans staatspapier nog bijna een vol procentpunt meer.

Het spreekt voor zich dat het beleid van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve, Fed) een belangrijke verklaring vormt voor dit verloop van de markten. Eind 2015 ging Fed-baas Yellen voor 2016 nog uit van drie renteverhogingen. Onrust op financiële markten en de Brexit-saga weerhielden de Fed ervan de daad bij het woord te voegen. Ook de matige prestatie van de Amerikaanse economie gooide roet in het rente-eten. Zowel in het eerste als in het tweede kwartaal kwam de groei nauwelijks rond het procent uit.

Obligatie- en aandelenbeleggers hebben andere economische visie

Omdat het ruime geldbeleid langer dan verwacht aanhoudt, kregen zowel aandelen- als obligatiekoersen een impuls. Vraag is of dit houdbaar is. Het Fed-beleid is niet de enige verklaring voor de lagere obligatierente. Ook de voorzichtige (tot pessimistische) houding van veel beleggers in Amerikaans staatspapier duwde de rente lager. Als die ‘economische pessimisten’ de komende maanden gelijk krijgen, betekent dat niet veel goeds voor de beurs. Obligatiekoersen, maar ook die van aandelen, kunnen immers niet eeuwig gestuwd worden door een ruimer dan verwacht geldbeleid. Op enig moment moeten de bedrijfswinsten de koersen hoger duwen. En daarvoor is juist méér economische groei nodig.

Matige groei, maar geen onmiddellijke Amerikaans recessie

En dan komt de Amerikaanse consument om de hoek kijken. Deze blijft in ieder geval goed geluimd. Dat is een geruststelling. Lage energieprijzen, koerswinsten in zijn beleggingsportefeuille en een stevige arbeidsmarkt doen hem naar de geldbuidel tasten. Daarmee biedt Joe Sixpack belangrijke steun aan het economisch plaatje. Mede hierom verwachten wij geen onmiddellijke Amerikaanse recessie.

Toch zou het allemaal wat méér mogen zijn. Ook bij de consument. De gemiddelde Amerikaan spaarde de voorbije maanden een steeds kleiner deel van zijn beschikbare inkomen. Een tendens die nog even kan aanhouden, maar op enig moment toch een eindig verhaal is. Een nieuwe consumptie-impuls moet dan komen van hogere lonen. Die lonen stijgen wel, maar het tempo ligt vooralsnog laag.

Daarnaast is er natuurlijk het politieke risico. Dat risico heeft een concrete naam: Donald Trump. Volgens de peiling kan Hillary Clinton momenteel rekenen op een voorsprong van zes tot tien procentpunten. Het Brexit-referendum onderstreepte echter (opnieuw) voorzichtig om te gaan met peilingen. Mocht Trump het alsnog tot in het Witte Huis schoppen, dan kan het vertrouwen een deuk krijgen. Zowel bij consumenten als producenten.

Die laatste groep is trouwens sowieso niet van plan de economie via hogere investeringen op korte termijn een groei-impuls te geven. Ter illustratie: een rondvraag bij kleine en middelgrote ondernemingen wijst uit dat hun investeringsuitgaven de komende maanden hoogstens zullen stabiliseren. Dit marktsegment vertegenwoordigt bijna 40% van het totale Amerikaanse investeringsplaatje. Wellicht dat strengere kredietvoorwaarden bij banken een rol spelen in de terughoudendheid om te investeren. Maar ook in grotere ondernemingen kunnen de lage financieringstarieven op de markt van bedrijfsobligaties de appetijt niet aanwakkeren. Ondernemers lijken simpelweg niet voldoende vertrouwen te hebben of goede groeimogelijkheden te zien.

Samengevat, lijkt het macro-economische plaatje de komende maanden slechts een zwakke meewind op te leveren voor Amerikaanse aandelen. En dat weet de Fed ook. Zij zal dus zeer behoedzaam omgaan met het rentewapen. Maar zelfs als mevrouw Yellen voorzichtig te werk gaat, blijft het Fed-beleid een belangrijk risico voor de beurs de komende tijd. Zowel in de VS als daarbuiten.

De jacht naar rendement stuwt aandelen en obligaties

Ook de beurzen buiten de VS hebben er - met dank aan de centrale banken - een aantal mooie weken op zitten. Weliswaar geen recordkoersen, maar toch.

De jacht naar rendement is nog altijd gaande. Obligaties uit groeilanden zijn hier het treffende voorbeeld van. Natuurlijk herbergen die een hoger risico ten opzichte van westerse staats- of bedrijfsleningen. Maar internationale beleggers op zoek naar rendement, nemen die risico’s steeds meer voor lief. Hetzelfde effect speelde op aandelenbeurzen.

Rol centrale bankiers uitgespeeld

Net als in de VS moeten alle beurzen uiteindelijk echter steun krijgen van méér groei. Het zou daarbij onterecht zijn om opnieuw op de centrale bankiers te rekenen. Hoewel bijkomende acties, zoals een nog lagere rente of nog meer tussenkomsten, van de Europese Centrale Bank of Bank of Japan niet uitgesloten zijn, is het maar de vraag of die veel zoden aan de dijk zouden zetten. De kans dat deze interventies veel veranderen in de reële economie achten wij klein.

We schreven de vorige keer in ‘Goede en slechte keuzes na de Brexit’ al niet uit te sluiten dat op enig moment de geldbeugel van overheden opengaat. Dit in een poging de groei naar een hoger niveau te tillen. Afhankelijk van hoe zo’n stimuleringspakket is samengesteld, hoeft het daarbij niet erg te zijn dat dit (tijdelijk) leidt tot hogere begrotingstekorten.

Ondertussen kondigde Japan dergelijke maatregelen al aan. In Europa is het nog niet zover. Tenzij we het laten vallen van de begrotingsboetes voor Portugal en Spanje als een signaal beschouwen dat de Europese begrotingsmoraal verder afdrijft van de 3%-norm. Ook het Verenigd Koninkrijk laat het begrotingsevenwicht in 2020 als doelstelling varen. Maar dat is natuurlijk een specifiek verhaal.

De begroting is economie én politiek

Een groeivriendelijker begrotingsbeleid is trouwens geen louter economisch vraagstuk. Op de korte termijn is het wellicht eerder een politieke kwestie. De tweede poging van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen, het Italiaanse grondwettelijke referendum, het Hongaarse referendum rond het Europese vluchtelingenbeleid dreigen allemaal uit te draaien op een referendum vóór of tegen Europa. Telkens weer dreigt de bevolking met de voeten te stemmen. Niet zozeer omwille van het onderwerp dat voorligt, maar uit protest tegen het gebrek aan groei, de werkloosheid of de toegenomen financiële onzekerheid. In een dergelijk scenario lijken de kansen voor groei-ondersteuning vanuit de overheidsbegrotingen toe te nemen. Uit politiek zelfbehoud van de beleidsmakers.

Uitkijken dus voor, en naar…

Daarom: wat zou tegelijk én de grootste bedreiging, én de grootste opportuniteit voor (de Europese) economie en markten kunnen zijn de komende tijd? Politieke turbulenties. Lopen de verschillende referenda en verkiezingen verkeerd af, dan zijn ze een bron van nervositeit en onzekerheid. Waarna ze misschien kunnen leiden tot een meer groei-vriendelijke begrotingspolitiek.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot