Dreigende Brexit zorgt voor marktnervositeit

Dreigende Brexit zorgt voor marktnervositeit

Op 23 juni stemmen de Britten over hun lidmaatschap van de Europese Unie. Naarmate de cruciale datum nadert, stijgt de aandacht voor de opiniepeilingen en regent het vooral studies over de mogelijke economische impact van een vertrek van de Britten. Wat vertellen die data ons? En hoe reageren financiële markten op een Brexit?

Brexit: een kans van 1 op 3?

Als we de gemiddelde uitkomst van een reeks opiniepeilingen mogen geloven, zijn de kansen op een Brexit momenteel 50%-50%. Tot medio januari lagen de ‘blijven’-voorstanders voor, met iets van 54%. Na het akkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU over een aangepast lidmaatschap, begonnen de peilingen een volatieler verloop te vertonen. Waarbij het ‘verlaten’-kamp de laatste weken stelselmatig aanhang wint.

Dat het met opiniepeilingen echter vaak oppassen is, is een open deur. Kijken we bijvoorbeeld naar de bookmakers, dan zien we een ander plaatje. Uit de posities bij gokkantoren is een 67%-kans af te leiden dat het Verenigd Koninkrijk gewoon binnen de EU blijft. Vaak blijken voorspellingen via bookmakers betrouwbaarder dan de peilingen. Ze volgen immers uit een analyse van waar er écht geld op wordt ingezet. En inzetten van geld is toch nog iets anders dan een vrijblijvend antwoord geven bij een telefonisch of online opinie-onderzoek.

Ook wij gaan er in ons centrale scenario van uit dat het ‘blijven’-kamp het uiteindelijk haalt. In eerdere referenda bleken de Britten voor het status quo te gaan. Voor de ratio.

Forse economische impact

Komt er tóch een Brexit, dan zal op korte termijn zowel de groei in het Verenigd Koninkrijk als de Eurozone afzwakken. Voor 2017 lijkt 1% minder Britse groei dan een redelijke schatting. Voor de eurozone komt die schatting uit op 0.2% tot 0.3%.

Natuurlijk verschilt het effect van land tot land. Zo is het logisch dat een land als Ierland hard geraakt wordt. Maar ook Nederland en België mogen de borst natmaken, zo liet kredietbeoordelaar Fitch onlangs doorschemeren. In de Lage Landen zou het negatieve groei-effect tot drie maal hoger liggen dan het gemiddelde voor de eurozone.

Op langere termijn zal de uiteindelijke impact afhangen van wat er in de plaats komt. De handel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk verdwijnt niet. Ook het Londense financiële centrum zal belangrijk blijven. In hoeverre de economische dynamiek afneemt, is afhankelijk van het nieuwe handels- en samenwerkingskader dat bij de exit-onderhandelingen uit de bus komt. Een proces dat trouwens ten minste twee jaar kan duren.

Het Britse ministerie van Financiën bekeek verschillende scenario’s:

  • Krijgt het Verenigd Koninkrijk een ‘handelsstatuut’ gelijkwaardig aan Noorwegen, dan zou er tot 2030 in totaal 4% van de Britse groei afgaan.
  • Wordt het een bilateraal handelsverdrag, zoals bijvoorbeeld ook Zwitserland dat heeft met de EU, dan loopt de schade op tot 6% minder groei.
  • Het meest nadelige zou zijn dat er niks specifieks uit de exit-onderhandelingen komt. Waardoor de handelsrelaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU gewoon terugvallen op de algemene afspraken binnen de Wereldhandelsorganisatie. Dan gaan zij uit van meer dan 7% economische schade.

Vooral het minder zekere investeringsklimaat zal de Britten schaden. En dan vooral tijdens de periode van de onderhandelingen. Welke onderneming, binnen- of buitenlands, wil in het Verenigd Koninkrijk investeren zonder te weten onder welk handelsregime zijn toekomstige productie zal vallen? De eerste tekenen van de impact van die onzekerheid zien we nu al terug in een lichte daling van het huidige ondernemersvertrouwen, getuige de inkoopmanagersindices bijgehouden door onderzoeksbureau Markit.

Onrustige financiële markten bij een Brexit

Is een Brexit een feit, dan is het Britse pond ongetwijfeld een van de eerste slachtoffers. Dit vanwege uitstromend kapitaal en de inschatting dat de Bank of England in dat geval nóg langer en nóg forser monetair moet stimuleren om de negatieve schok op te vangen. De Bank of England vreest een 20%-daling van het pond in geval van een Brexit. Valutahandelaren wachten niet af gezien de lichte daling van het Britse pond tegenover de munten van de Britse handelspartners. Het naderende referendum speelt ongetwijfeld een rol in deze beweging.

Maar het raakt niet enkel het Britse pond. De kans is groot dat bij een eerste golf van een toename van risico-aversie bij beleggers niet alleen aandelen, maar ook bedrijfsobligaties van eersteklasdebiteuren onder druk komen te staan. Die druk zal iets minder zijn aangezien de ECB zich al enige tijd manifesteert als koper van dit papier.

In onze ogen zullen de traditionele ‘veilige havens’, zoals Duitse en Amerikaanse staatsleningen, goud en wellicht Amerikaanse aandelen, profiteren van het risicomijdende gedrag van beleggers.

Welke sectoren of bedrijven naderhand hun aandelenkoers het snelst zien herstellen, is natuurlijk moeilijk te voorspellen. Wel is het aannemelijk dat Britse exportbedrijven – gegeven de daling van het Britse pond – als eerste het hoofd boven het maaiveld uitsteken. Britse banken krijgen ongetwijfeld te maken met hogere financieringskosten en vastgoedondernemingen met een lagere vraag naar vastgoed, vooral in de Londense regio.
Ook op het continent verschilt de uiteindelijke impact per onderneming. Maar toch zal in het algemeen de lagere economische groei negatief inwerken op de verwachte langetermijnrendementen van aandelen.

De nervositeit op financiële markten wordt des te groter naarmate beleggers inschatten dat ook in andere landen de politieke strubbelingen zullen toenemen. De populariteit van ‘Europa’ is immers tanende. Het beeld van een weinig doortastende Europese politiek helpt niet, zo leert het verleden. Dit bredere politieke risico vormt in onze ogen op termijn zelfs het grootste gevaar na een eventuele Brexit. Voor de economische groei én voor beleggers.

In een dergelijk politiek besmettingsscenario zijn vooral obligatiemarkten in zuidelijk Europa, en misschien zelfs in Frankrijk kwetsbaar. Toch kan het lopende aankoopprogramma van de ECB enig tegengewicht bieden. Sterker nog, bij aanhoudende turbulentie moet de centrale bank haar programma misschien opnieuw verlengen.

Nervositeit kan toenemen

Samenvattend verwachten we dat het Verenigd Koninkrijk uiteindelijk gewoon lid blijft van de Europese Unie. Toch is een Brexit niet uitgesloten. In aanloop naar het referendum kan de nervositeit op financiële markten toenemen. Vooral als het ‘verlaten’-kamp zijn opmars in de peilingen voortzet.

Bij een Brexit profiteren vooral de traditionele ‘veilige havens’. De grootste klappen vallen wellicht bij het pond en Europese aandelen. De mate en timing van het herstel hangen af van de specifieke situatie van iedere individuele onderneming. Maar omwille van de schade aan de Britse en Europese economische groei, werkt een Brexit in het algemeen negatief op de verwachte aandelenrendementen. Mocht de ‘politieke onrust’ zich verder verspreiden in Europa, dan zal dit effect des te sterker zijn.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot