De goededoelensector onder het vergrootglas

De goededoelensector onder het vergrootglas

De afgelopen weken lijkt de goededoelensector te zijn herontdekt door de wetenschap, de overheid en de media. Dat levert interessante nieuwsfeiten op over het gulle, maar dalende geefgedrag van de Nederlanders en de verschillen tussen arme en rijke donateurs. Maar de meeste aandacht gaat toch uit naar de aankondiging dat bestuurders mogelijk als UBO’s (Ultimate Beneficial Owner) moeten worden aangemerkt in een openbaar register.

Geld geven aan goede doelen geen luxe, maar noodzaak

Uit het jaarlijkse (Geven in Nederland-)onderzoek van de Vrije Universiteit van Amsterdam blijkt dat de gemiddelde Nederlander (zo die al bestaat) de laatste jaren een steeds kleiner deel van zijn inkomen aan goede doelen geeft. Dit heeft deels met de ontkerkelijking te maken. Daarnaast blijken mensen met lage inkomens relatief meer te geven aan goede doelen dan mensen met hoge inkomens. Volgens de economische theorie zou doneren daarmee een primair goed zijn: het hoort bij onze basisbehoeften, maar naarmate het inkomen stijgt besteden we hier (relatief) steeds minder aan.

Ik vergelijk dit met voeding. Wanneer je twee keer zoveel verdient, ga je niet tweemaal zoveel eten. Dus enerzijds is het positief dat we altijd geven, maar anderzijds is het negatief dat we dit in afnemende mate doen wanneer we rijker worden. Dit lijkt mij voer voor psychologen. Verdwijnt met het toenemen van de individuele welvaart het besef en de bereidheid om mensen die minder hebben hierin naar verhouding te laten delen? Of is doneren gewoon niet hip genoeg en geldt het gezegde uit het oog, uit het hart?

Hoewel Nederlanders bij voorkeur anoniem doneren, toont een aantal grote familiestichtingen toch een kijkje in de keuken. Omdat de overheid voor een fiscale vrijstelling een beperkte publicatie van inkomsten en uitgaven vereist, is deze openheid overigens niet helemaal vrijwillig. De NRC heeft een overzicht gemaakt van de dertig gulste gevers van rijke families. Nederland heeft zo zijn eigen giving pledge, waarbij een aantal miljonairs wordt opgeroepen zich in te zetten voor de minderbedeelden. Zonder uitzondering mooie initiatieven, waarbij het wat mij betreft niet relevant is of deze families het doen uit luxe of uit noodzaak.

Europese regelgeving voor stichtingen op komst?

Toonde de overheid zich ongeveer tien jaar geleden nog een tandeloze tijger bij de naleving van de ANBI-regels, inmiddels heeft zij haar zaken (iets) beter op orde. Maar aangezien er sprake is van een beperkt leger aan controleurs, blijft de pakkans toch uitermate laag. Daarnaast is er weinig terechtgekomen van het aangekondigde validatiestelsel. De overheid had de filantropische sector via het SBF (Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie) gevraagd met een normenkader te komen op basis waarvan de verschillende koepelorganisaties (CBF, FIN en CIO) tot een soort zelfregulering zouden moeten komen. De verdeeldheid en de diversiteit tussen de organisaties was echter groot en ook de dreiging van verbindende regelgeving vanuit de overheid werd niet concreet.

Nu dreigt door een Europese richtlijn tegen witwassen en financiering van terrorisme registratie van bestuurders als belanghebbenden van een stichting. De goededoelensector is in rep en roer door het idee dat bestuurders als belanghebbenden van de stichting in een openbaar register zouden worden vastgelegd. Dit lijkt een paardenmiddel om grip te krijgen op eventuele criminele organisaties. De overheid beschikt al over soortgelijke informatie via het ANBI-register. De ratio om bestuurders als belanghebbenden aan te duiden en deze informatie openbaar te delen, ontgaat mij dan ook.

Het lijkt erop dat de minister voorbijgaat aan het unieke karakter van de Nederlandse stichting en niet bereid is zijn nek uit te steken om te voorkomen dat stichtingen verzuipen in de administratie van Europese regelgeving. Aan de andere kant is dit weer een voorbeeld (na het stranden van het validatiestelsel) waarbij de sector allergisch reageert op dreigende regelgeving van buitenaf, maar tegelijkertijd niet in staat is om zelf met een afdoende alternatief te komen. Kortom, hier lijkt het laatste woord nog niet over gezegd.

Meer weten?

Wilt u naar aanleiding van deze column reageren of uw bestuurlijke ervaringen met ons delen? Neem dan contact op met Ruud van de Ven via 06 53 82 55 23 of ruud.vandeven@vanlanschot.com.

Ruud van de Ven is wealth manager Verenigingen & Stichtingen bij Van Lanschot.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot