Beleggingsvisie tweede jaarhelft: voorzichtig positief over aandelen

Beleggingsvisie tweede jaarhelft: voorzichtig positief over aandelen

02 juli 2018
Handelsconflict, nieuwe eurocrisis of fors hogere rente zijn opvallendste risicos.

Handelsconflict, nieuwe eurocrisis of fors hogere rente zijn opvallendste risico’s.

In het kort:

  • Economische groei is voldoende hoog
  • Ondernemersvertrouwen wijst op economische groei
  • Bedrijfswinsten geven steun aan aandelenmarkten
  • Obligatierente kruipt langzaam omhoog
  • Onroerend goed blijft aantrekkelijk

 

De economische groei is wereldwijd voldoende hoog en de niet-overdreven waardering van aandelen ondersteunt een aandelenbelegging. Maar de politieke en economische risico’s zijn wel toegenomen. Denk aan het toenemende protectionisme. Vanuit deze afweging houden wij in een gespreide beleggingsportefeuille op dit moment vast aan een lichte onderweging in aandelen.

We blijven er vanuit gaan, dat de kapitaalmarktrente geleidelijk oploopt. Daarom verkiezen we voor obligaties nog steeds relatief korte looptijden, met een licht accent op bedrijfsleningen.
Verder kan vastgoed ons bekoren vanwege het dividendrendement en de bescherming - op middellange termijn -  tegen een gematigd oplopende inflatie.  Het voordeel van vastgoed is immers dat huuropbrengsten meestijgen met de inflatie.
 

Ondernemersvertrouwen wijst op economische groei
 

Figuur 1: ondernemersvertrouwen VS, Eurozone, China

Het plaatje van het ondernemersvertrouwen in de grote economische blokken eurozone, Verenigde Staten (VS) en China geeft een goed beeld van de wereldeconomie. Ondanks dat de economische groei iets minder is dan in 2017, met name in Europa, blijven we overal in de groei-modus. Die groei is voldoende hoog om financiële markten te ondersteunen.

Wij verwachten dat de VS in de tweede jaarhelft blijven profiteren van lagere belastingen en een verder aantrekkende arbeidsmarkt. Meer banen en licht hogere lonen voeren de consumptie op. Ook in Europa brokkelt de werkloosheid af. Bijkomende steun komt van de zwakkere euro die sinds medio april stevig is gedaald ten opzichte van de dollar. Dat is goed voor de export, want de goedkopere euro maakt Europese goederen goedkoper.

Daarnaast zou het best kunnen dat de Europese Unie met (financiële) plannen komt om de economische groei aan te jagen. Vanuit economische maar ook politieke redenen. Dit kan de nodige lijm leveren om de Europese familie (en eurozone) bij elkaar te houden.

Ook in China verwachten we dat beleidsmakers ingrijpen als de handelsgeschillen met de VS al te veel negatieve economische impact dreigen te hebben. Zo kan de overheid  bijvoorbeeld haar strijd tegen de schuldenberg even op een lager pitje zetten of de munt in waarde laten zakken. Dat houdt op de kortere termijn de groei van de Chinese economie op peil.
 

Bedrijfswinsten geven steun aan aandelenmarkten

 

Figuur 2:  winst per aandeel in VS, Europa en Groeilanden (juni 2016=100)

 

Hand in hand met de economische groei floreren momenteel de bedrijfswinsten. Maar net als bij de economische groei is er een verschil tussen Europa en de VS. Ook hier is het Amerikaanse verhaal swingender. De belastingverlaging van president Trump is een belangrijke verklaring.

Ondernemingen in opkomende landen profiteerden de afgelopen maanden vaak van hogere grondstofprijzen. Maar nu die het wat meer kalmpjes aan doen, vlakt ook de opwaartse trend bij de verwachte winsten van ondernemingen uit groeilanden wat af. Daarnaast spelen de duurdere dollar en hogere Amerikaanse rente een rol. Schulden in dollar worden immers duurder en diverse opkomende landen zijn genoodzaakt hun munt tegen koersval te beschermen. Dat remt importen en economische activiteit.

Voor de tweede jaarhelft verwachten wij per saldo dat bedrijfswinsten de aandelenkoersen blijven ondersteunen. De Amerikaanse economie groeit stevig door, de Europese en Chinese economische groei blijven degelijk en voldoende hoog.

Kijken we naar de waardering van aandelen in verhouding tot de winsten van de onderliggende ondernemingen, dan zijn aandelen niet goedkoop. Maar ook niet overdreven duur. In de VS wordt voor 2018 gemiddeld 17,6 maal de winst per aandeel betaald (op basis van de MSCI US). Deze zogenaamde koers-winstverhouding is iets hoger dan het langjarig gemiddelde van ongeveer 15, maar er is geen sprake is van een zeepbel. In Europa en opkomende markten is de koers-winstverhouding voor 2018 respectievelijk 14,5 (op basis van de MSCI Europe) en 12,0 (op basis van de MSCI Emerging Markets).
 

Obligatierente kruipt langzaam omhoog in tweede jaarhelft

 

Figuur 3: 10-jaar staatsrente in VS en Eurozone

   

Obligatiemarkten kenden een volatiel verloop in de eerste helft van dit jaar. In het kielzog van de goede economie en renteverhogingen door de Amerikaanse centrale bank, startte het jaar met een opwaarts rentepatroon. Naarmate de economische groei in het eerste kwartaal wat momentum verloor en beleggers tussentijds schrokken van de Amerikaanse handelsretoriek, ging de obligatierente opnieuw omlaag. Beleggers zochten af en toe de veilige haven van de obligatiemarkt op.

Wij blijven bij onze visie dat de obligatierente in de eurozone uiteindelijk geleidelijk omhoog kruipt. De rente wordt mede omhoog gezogen door de verwachte aantrekkende inflatie in de VS en door de langzaamaan verkrappende geldpolitiek van de Europese Centrale Bank (ECB).

Deze visie verantwoordt dat we de gemiddelde looptijd van onze vastrentende beleggingen in onze beleggingsportefeuilles duidelijk korter houden dan het marktgemiddelde. Reden is dat koersen van kortlopende obligaties minder gevoelig zijn voor oplopende renteniveaus.

Sinds februari liep het extra rendement van kwalitatief goede bedrijfsobligaties (investment grade) tegenover staatsleningen op. Financiële markten eisen een hogere premie voor het risico dat ze met bedrijfsobligaties lopen.

In het vastrentende deel van onze gespreide beleggingsportefeuille, blijven we echter een accent leggen op bedrijfsleningen. Gegeven onze visie dat de wereldwijde economie het de komende maanden degelijk blijft doen, vinden we momenteel dat de extra vergoeding op bedrijfsleningen tegenover staatspapier voldoende compensatie biedt voor het risico.

 

Onroerend goed blijft aantrekkelijk

Figuur 4: onroerend goed-index Europa

 

In onze beleggingsportefeuilles leggen we een accent op beursgenoteerd vastgoed. Het gemiddelde dividendrendement van circa 4,3% op Europees onroerend goed (EPRA/NAREIT-index) is aantrekkelijk. Mocht de inflatie op enig moment gematigd aantrekken vanaf de huidige lage niveaus, dan biedt onroerend goed daar op middellange termijn enige bescherming tegen. Bijvoorbeeld omdat huren vaak een automatische inflatiecorrectie bevatten. Een al te sterke stijging van inflatie (en daarbij behorende rentestanden die de financieringslasten van vastgoed opstuwen) is wel nadelig. 

Op korte termijn kan onroerend goed hinder ondervinden van rente-turbulentie. Maar we verwachten dat de (Europese) rente slechts geleidelijk hoger gaat. Zo heeft de ECB al aangegeven dat een eerste verhoging van haar beleidsrente er op zijn vroegst na de zomer van 2019 aan komt.

 

Handelsconflict, nieuwe eurocrisis of fors hogere rente zij opvallende risico’s

 

Figuur 5: jaarverandering wereldwijd handelsvolume

 

De meest in het oog springende onzekerheid bij ons beleggingsbeleid is op dit moment de handelsspanning tussen de VS en de rest van de wereld. Die kan de vaart uit de economische groei halen. Worden alle maatregelen en dreigementen die op tafel liggen uiteindelijk in de praktijk gebracht, dan heeft dat een negatieve impact op de internationale handel. Er gaat dan naar schatting ongeveer 1% van de wereldwijde economische groei af. Om een idee te geven: voor dit jaar verwacht het IMF een globaal groeicijfer van 3,9%.

Politieke initiatieven in de eurozone kunnen leiden tot budgettaire, groei-stimulerende maatregelen. Maar de discussies rond immigratie of het begrotingsbeleid kunnen ook de verkeerde kant uitgaan, waardoor de eurocrisis van 2011 in volle hevigheid terugkomt. Maar dit keer met Italië als spil, een land dat een paar maten groter is dan Griekenland. Dit is een tweede belangrijk risico voor beleggers in de komende maanden.

Een derde opvallend risico is toenemende inflatie en bijhorende forse rentestijgingen in de VS. Het belastingplan van Trump komt op een moment dat de economie al op volle toeren draait. De inflatiedruk loopt dan ook op. Sinds eind 2016 countert de Federal Reserve stijgende inflatie met renteverhogingen. Daarmee is de centrale bank tot nu succesvol. Maar er is steeds de mogelijkheid dat de inflatie alsnog in meer of mindere mate uit de hand loopt en de centrale bank forser moet ingrijpen dan verwacht.

Meer weten over beleggen?

Persoonlijk beleggingsadvies
We gaan met onze persoonlijke werkwijze én een eigen assetmanager voor u aan de slag.