Luc Aben: 'Made in China 2025' is de ware reden van het handelsconflict

Luc Aben: 'Made in China 2025' is de ware reden van het handelsconflict

07 mei 2018
Vooruitblik op de onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en China.

Vooruitblik op de onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en China.

En verder:

 

Een escalatie van het handelsconflict vermijden. Met dat doel trok een zware Amerikaanse delegatie afgelopen week richting China. Ons uitgangspunt is dat het uiteindelijk wel zal meevallen met die escalatie, maar het blijft een harde noot om te kraken. Onderliggend gaat het immers niet over het Amerikaanse handelstekort van 375 miljard dollar met China.

De échte reden voor de Amerikaanse onrust is het ‘Made by China 2025’-project. Hiermee wil China uitgroeien tot dé dominante technologische wereldspeler. En zodoende de Verenigde Staten uiteindelijk van de troon stoten als leidende economische wereldmacht.

De Verenigde Staten - en ook Europa - hebben terecht moeite met de opstelling van de Chinese overheid. In de economische ontwikkeling van China speelt de overheid een centrale rol. Door financiële ondersteuning van bedrijven en sectoren, wat tot kunstmatig lage prijzen leidt. Maar ook door puur protectionisme. Binnenlandse spelers worden gewoonweg volledig afgeschermd van internationale concurrentie. En buitenlandse ondernemingen zijn vaak verplicht om in een joint-venture met een Chinese partner samen te werken. Buitenlandse kennis en technische know-how komt zo automatisch in Chinese handen.

Chinese toegevingen niet evident

China kan in de onderhandelingen links of rechts een toegeving doen. Door wat te sleutelen aan importtarieven of het openstellen van bepaalde marktsegmenten te versnellen. Maar fundamentele concessies zijn niet te verwachten, want die ondermijnen het geplande groei- en ontwikkelmodel. Het zou betekenen dat China op een fundamenteel andere manier zijn economie moet aansturen. Een dergelijke drastische verandering van marsrichting is op dit moment dan ook zo goed als ondenkbaar. Daarom is het een harde noot.

Uiteindelijk zijn de schulden niet houdbaar

Het is tegen deze achtergrond dat we deze week nieuwe Chinese cijfers over de handelsbalans en kredietgroei bekijken. Met name over dit laatste cijfer duiken af en toe zorgelijke berichten op. De Chinese schuldenberg groeit al vanaf 2008. Toen begon het land massaal te investeren in infrastructuur om de schok van de internationale crisis op te vangen. De laatste maanden zijn er gerichte inspanningen om de kredietgroei af te zwakken, maar dat gaat heel geleidelijk.

Niet dat we onmiddellijk vrezen, dat we door de Chinese schuldenberg een nieuwe internationale financiële crisis over ons heen zullen krijgen. Zoals dat tien jaar gelden vanuit de VS het geval was. Het Chinese financiële systeem is tamelijk gesloten, zodat de kans op wereldwijde besmetting klein is als het ooit misloopt met de schulden. Maar de Chinese groei gaat in zo’n geval een versnelling lager en stuurt zodoende een schokgolf door de economische wereld. Reden te meer dus voor China om in de onderhandelingen met de VS vast te houden aan het geplande pad van economische ontwikkeling.

Geen onrust door Amerikaanse inflatiecijfers

Nieuwe Amerikaanse inflatiecijfers komen woensdag beschikbaar. Eind vorige week leerde het arbeidsmarktrapport ons al dat de loondruk in ieder geval matig blijft. Toch vertoont de Amerikaanse inflatie de laatste drie maanden een kleine versnelling. Wat maakt, dat  de Federal Reserve kan vasthouden aan haar intentie om geleidelijk de beleidsrente op te trekken.
Financiële markten houden daar al rekening mee. Het leidt dan ook alleen tot heftige koersturbulenties als de Fed forser dan verwacht moet of wil ingrijpen.

Wij schatten de kans op een forse ingreep van de Fed op dit moment niet al te groot in. De hogere inflatie op jaarbasis wordt immers mede verklaard door de appelflauwte die het algemene prijspeil twaalf maanden terug even liet optekenen. Onder meer als gevolg van een toenmalige tarievenoorlog op de Amerikaanse markt voor mobiele telefonie. De vergelijkingsbasis van het algemene prijspeil met een jaar terug is enigszins kunstmatig laag.

De inflatie kruipt omhoog, maar onderliggend is de opwaartse druk minder dan het absolute cijfer doet vermoeden. De Fed zal de komende tijd niet verrassend streng uit de hoek hoeven komen.