Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 14

Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 14

03 april 2018

Aandelen kenden vorige week best een volatiel verloop, vooral in de VS. Ook de eerste Amerikaanse beursdag van de nieuwe week verliep gisteren turbulent. Met name de technologiesector kreeg opnieuw rake klappen.

Jarenlang was de Amerikaanse technologiesector dé aanjager van beurzen. De laatste tijd zitten de technospelers echter in het middelpunt van een storm. Na het Facebook-schandaal, een gecrashte zelfrijdende Tesla en een president die Twittergewijs achter Amazon aangaat, beginnen beleggers zich vragen te stellen. Bijvoorbeeld of we niet afstevenen op méér regulering voor het verzamelen en het gebruik van persoonlijke data. Laat dát nu net de basis zijn van het verdienmodel voor bedrijven als Facebook, Twitter of Google…

Rijpere economie = meer volatiele beurzen

Het feit dat beurzen volatieler zijn geworden, is niet abnormaal. De economie van de VS zit al jarenlang in de expansiefase. Traditioneel nemen de tussentijdse schommelingen dan toe. De fundamentele vraag is of we aan de vooravond staan van een regelrechte ‘bear-market’? Een marktomgeving waarin koersen 20% of méér onderuit gaan.

Meestal valt zo’n forse correctie van aandelen samen met een economische recessie. Daar is op dit moment geen sprake van. In Europa gaat het economische groeitempo weliswaar een tandje lager, maar in de VS en de opkomende markten houden ze het tempo erin. Mondiaal gezien bevindt de economische expansie zich op een fraai niveau. In de VS krijgt de groei bovendien een bijkomende impuls van de belastingverlaging.

Het ISM-cijfer (ondernemersvertrouwen) uit de Amerikaanse industrie was gisteren ietsjes lager dan verwacht, maar blijft ruimschoots in groeimodus. Het arbeidsmarktrapport van komende vrijdag zal op zijn beurt illustreren dat de banenmachine in de VS op volle toeren blijft draaien. Dat is belangrijk want daaraan ontleent de Amerikaanse economie mede het herstel aan.

Monetaire beleid blijft per saldo ruim

Ondertussen mag de Federal Reserve dan wel de beleidsrente verhogen, maar die rente blijft nog steeds laag. Zeker na aftrek van inflatie. Vooraleer het Amerikaanse rentebeleid écht een rem wordt op de economie, zullen we al snel zes tot twaalf maanden verder zijn. Tenzij de Fed natuurlijk sneller en forser dan verwacht moet reageren mocht de inflatie plots versnellen. Op dit moment zijn daar geen indicaties voor. Maar vanuit deze invalshoek kijken beleggers met belangstelling naar het verloop van de uurlonen. Dat verloop wordt vrijdag samen met het arbeidsmarktrapport meegegeven.

In de eurozone is de ECB zelfs nog niet begonnen met het optrekken van de beleidsrente. De Europese centrale bankiers moeten eerst nog hun opkoopprogramma van obligaties stopzetten. Afgaand op de laatste economische data zal ECB-baas Draghi daar geen haast bij hebben. De inflatiedoelstelling van net geen 2% wordt maar niet gehaald. Een sterkere euro maakt bovendien de prijzen van ingevoerde producten goedkoper. Wat ook al niet echt meehelpt. Woensdag krijgen we een eerste inschatting van het Europese prijsverloop in maart. Er is weinig reden om een fundamentele verandering in het plaatje te voorzien.

Meer Europeanen aan het werk

Zoals al aangehaald, de laatste Europese economische cijfers vallen wat tegen. Dat is vooral de ‘schuld’ van de ondernemers. Die blijven weliswaar tevreden over de huidige gang van zaken, maar worden tegelijk wat voorzichtiger over de toekomst. Opnieuw die sterkere euro, maar ook de protectionistische retoriek vanuit de VS wegen een beetje op het gemoed.

Toch blijven ze medewerkers werven. De werkloosheid brokkelt verder af en dat zal overmorgen opnieuw blijken.

Meer Europeanen aan het werk, betekent een steun in de rug voor de consumptie. Die groeit 2% tot 2,5% op jaarbasis. Het is belangrijk dat komende donderdag, als we nieuwe data over de detailhandelsverkopen krijgen, deze trend bevestiging krijgt. Consumptie vertegenwoordigt immers het merendeel van de globale economie.

Conclusie is dat we een gevarieerde macro-agenda hebben deze week. Die ons kan helpen bij het beantwoorden van onze beginvraag: staan we aan de vooravond van een bear market op de beurs?

Zoals de toegenomen beweeglijkheid illustreert, is de situatie ontegenzeggelijk delicater dan de voorbije maanden. Maar nergens voorzien we op korte termijn een economische recessie. Centrale banken duwen op de rem, of plannen dat te doen, maar slechts zeer geleidelijk. En houden daarbij oog voor de economische situatie. Zodanig dat economische en monetaire omgevingen weliswaar minder ‘dragend’ zijn geworden voor beurzen, maar niet in die mate dat ze onmiddellijk een bear market tot gevolg zouden mogen hebben.

Het belangrijkste risico op korte termijn is van politieke aard. Op dit moment blijft het ons uitgangspunt dat de protectionistische soep niet zo heet wordt gegeten als deze wordt opgediend. Maar dit is zonder twijfel het belangrijkste dossier om te volgen op dit moment. Vooralsnog gaan we er echter van uit dat het met de welbekende sisser zal aflopen.