Duits ondernemersvertrouwen koerst lager

Duits ondernemersvertrouwen koerst lager

23 februari 2018
Het Duitse ondernemersvertrouwen, gemeten door de Ifo-index, kreeg een tikje in februari. Het rapport is in lijn met andere licht tegenvallende macrodata uit Duitsland en uit de eurozone. De notulen van de ECB-vergadering van afgelopen januari trekken minder de aandacht dan die van de Fed, maar ze geven een aardig inkijkje hoe de vlag erbij hangt bij de Europese beleidsmakers. De Japanse inflatie is en blijft voorlopig aan de tamme kant.

Het Duitse ondernemersvertrouwen, gemeten door de Ifo-index, kreeg een tikje in februari. Het rapport is in lijn met andere licht tegenvallende macrodata uit Duitsland en uit de eurozone. De notulen van de ECB-vergadering van afgelopen januari trekken minder de aandacht dan die van de Fed, maar ze geven een aardig inkijkje hoe de vlag erbij hangt bij de Europese beleidsmakers. De Japanse inflatie is en blijft voorlopig aan de tamme kant.

Duits ondernemersvertrouwen licht onderuit

Het Ifo-indexcijfer daalde forser dan verwacht van 117,6 punten naar 115,4. Economen hadden een stand van 117.00 ingecalculeerd. Duitse ondernemers oordeelden vooral negatiever over de toekomstverwachtingen. Mogelijke factoren hierbij zijn de duurdere euro en de zwakkere vraag vanuit China. We merken op dat de Ifo-index hard op weg is om de eerste kwartaaldaling te boeken sinds begin 2016. De recente set economische data uit de eurozone (o.a. PMI en ZEW-index) wijzen op een consolidatie van de groei, die in Duitsland zo rond de 2,5% tot 3,9% ligt. De boodschap is dat de economische expansie in Duitsland tot een halt is gekomen. Dat is niet zo erg gezien het hoge groeiniveau waarop het gebeurt.

ECB wil de verruimingsmodus verlaten

Volgens de notulen wil de ECB de term 'easing bias', ofwel het aansturen op verdere geldverruiming, schrappen uit haar toelichting. Verder is er niets in de notulen opgenomen over de vooruitzichten voor het monetaire beleid de komende tijd. Eerder gaf de ECB al aan die guidance begin 2018 te geven. Waarschijnlijk wordt dat nu juni, ook dan zal duidelijker worden wat er met het obligatie-inkoopprogramma gebeurt. Direct stoppen, verder afbouwen naar nul of verlengen. Ook deze notulen geven aan dat de ECB op kousenvoeten opereert. De opgelopen volatiliteit op financiële markten, de afvlakking van de economische cijfers en de opwaartse rentebeweging maakt de centrale bankiers nog voorzichtiger.

Tamme Japanse kerninflatie

Met de Japanse inflatie wil het niet vlotten. De hogere voedselprijzen stuwden het cijfer in januari tot 0,9% op jaarbasis. Schonen we het inflatiecijfer voor allerlei volatiele componenten als energie en voedsel, dan resteert er een schamele 0,4% toename op jaarbasis. Ja, de beoogde 2%-inflatiedoelstelling ligt nog ver weg voor de centrale bankiers, ondanks dat de Japanse economie boven de trend groeit.

Valt er snel verbetering te verwachten? Nee, de salarissen in Japan stijgen zelfs onvoldoende hard om de geringe inflatie te compenseren. Kortom, de koopkracht van burgers blijft onder druk staan. Bovenstaand verhaal geeft nogmaals aan dat de Japanse centrale bank het zeer ruime monetaire beleid moet aanhouden.

Verder komen er mogelijk andere drastische overheidsmaatregelen om de koopkracht bij burgers op te vijzelen. Bijvoorbeeld door het afdwingen van loonsverhogingen door de regering. Bedrijven hebben veel kapitaal op hun balansen staan en kunnen gemakkelijk hogere salarissen betalen, is daarbij de opvatting.