Beweging in de rentecurve

Beweging in de rentecurve

06 februari 2018
De renteverschillen tussen obligaties met verschillende looptijden is sterk in beweging. Dit is onder meer van invloed op obligatieleningen met andere dan reguliere couponstructuren.

De renteverschillen tussen obligaties met verschillende looptijden is sterk in beweging. Dit is onder meer van invloed op obligatieleningen met andere dan reguliere couponstructuren.

Curve tot tien jaar steiler, maar vlakker tot dertig jaar

Het verschil tussen de Duitse tien- en tweejaarsobligatierente is sinds de start van 2018 met ruim 25 basispunten toegenomen naar 130 basispunten (1,3%). Dit noemen we ook wel een versteiling van de rentecurve. Tegelijkertijd is het renteverschil tussen tien- en dertigjaarsobligaties juist afgenomen (vervlakking) met bijna 20 basispunten naar 0,65%. Hoe is deze tegengestelde rentebeweging nu te verklaren en wat is de impact op obligatieleningen waarbij de couponrente meebeweegt met een bepaald renteverschil of -niveau?

 

Bron: Thomson Reuters Datastream, 5 februari 2018

ECB stuurt korte rente

De versteiling van de rentecurve tussen twee en tien jaar is een gevolg van een sterkere stijging van de tienjaarsrente (+ 0,33%-punt) dan de tweejaarsrente ( + 0,1%-punt). De hoogte van de tweejaarsobligatierente is sterk verbonden met de officiële beleidstarieven van de centrale bank. Ook de verwachte renteacties de komende twee jaar, van in dit geval de ECB, zijn van invloed op deze tweejaarsrente. ECB-president Draghi heeft inmiddels al vaak verkondigd de officiële rentetarieven, pas ruimschoots na het stopzetten van het opkoopprogramma, te verhogen. Dit is in ieder geval niet eerder dan in september 2018, waardoor een eerste renteverhoging door de ECB, op zijn vroegst in de eerste helft van 2019 wordt verwacht. Nu dus nog geen reden voor een zeer sterk oplopende tweejaarsrente.

Tienjaarsrente beïnvloed door economisch klimaat

De ontwikkeling van de tienjaarsrente is minder gevoelig voor het beleid van de centrale bank dan de tweejaarsrente. De tienjaarsrente beweegt juist vooral door economische groei(-indicatoren) en de (verwachte) inflatieontwikkeling. En juist deze economische groei gaat in de eurozone goed en wordt voorlopig ook niet afgeremd door renteverhogingen door de ECB. Gecombineerd met de verminderde opkoop van (staats)obligaties sinds 1 januari 2018, duwt dit de tienjaarsrente flink omhoog.

Zeer lange rente minder beweeglijk

Het rentebeleid van de ECB heeft slechts indirect effect op de rente van zeer langlopende staatsobligaties. Vraag en aanbod speelt in dit looptijdsegment een grote rol. Onderzoek naar de impact van het FED-beleid op de 30-jaarsrente leert bijvoorbeeld dat hoe langer de centrale bank geen renteveranderingen doorvoert hoe meer beleggers hun geld verschuiven van kort- naar langerlopende obligaties (bron: Interest Rate Markets, Siddhartha Jha). Op deze manier proberen beleggers om een hoger rendement te realiseren en vervlakt de curve door een verschuiving van gelden van kort naar lang. Een ander verklaring voor deze rentebeweging is dat grote beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars door regelgeving gedwongen worden te beleggen in langlopende obligaties. Dat element is van toepassing in de eurozone. Anderzijds zien we dat het aanbod van dergelijke langlopende leningen juist beperkt is. Veel eurolanden concentreren hun uitgiftes juist rond de 5 tot 10 jaar. 

Verschillende obligatieleningen

Naast leningen met een jaarlijkse vaste couponrente bestaan er ook obligatieleningen waarbij de couponrente jaarlijks meebeweegt met de dan geldende (lange) renteniveaus.

Steepeners

In geval van de zogenaamde steepeners beweegt de couponrente jaarlijks mee met het verschil tussen de tien- en tweejaarsswaprente. Dit verschil is ook toegenomen, weliswaar in wat mindere mate als tussen tien- en tweejaars Duitsland, wat positief is voor dit soort leningen. 

CMS-leningen

Er zijn ook leningen waarbij de couponrente meebeweegt met een lang interbancair tarief (CMS-leningen). bijvoorbeeld een dertigjaarsrentetarief. Voorbeelden zijn leningen van BNG (XS0575962286) en Nederlandse Waterschapsbank (XS0611951814). Een vervlakking van de rentecurve heeft een negatief effect op deze leningen. De impact van de recente curvebewegingen is voor deze leningen beperkt, omdat een kleiner renteverschil tussen tien en dertig jaar wordt gecompenseerd door een groter renteverschil tussen de korte en tienjaarsrente. Voor de diep achtergestelde AXA-lening (XS0181369454) waarbij de couponrente ieder kwartaal meebeweegt met de tienjaarswaprente is de versteiling van de curve tot tien jaar positief. De (nieuwe) couponrente wordt namelijk relatief aantrekkelijker.

Conclusie

De rentecurve laat sinds de start van 2018 flinke bewegingen zien. De obligatiekoersen van de meeste leningen liggen onder druk door de oplopende rente. De mate waarin dit gebeurt, is niet alleen afhankelijk van de resterende looptijd van de lening. Ook of de couponrente variabel is en de manier waarop de couponrente wordt bepaald, speelt een belangrijke rol. Leningen met een variabele rente en die profiteren van een steilere rentecurve tot tien jaar zijn op dit moment vooral in het voordeel.

Voor meer informatie over de kenmerken en risico’s van steepeners en CMS-leningen verwijzen we u naar de Complexe BeleggingenWijzer.