Terug naar 1987? Of toch niet?

Terug naar 1987? Of toch niet?

26 oktober 2017
Ondertussen dertig jaar geleden, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. Met driehonderd studenten zaten we te wachten in de collegezaal. Op een professor financiering en belegging die maar niet kwam opdagen. In het pre-internettijdperk vernamen we later pas waarom. Het was maandag 19 oktober 1987, de dag dat beurzen crashten. Aangevoerd door Wall Street. Die crash kwam er na de forse koersrally van de jaren voordien. Tussen 1980 en de herfst van 1987 steeg de Dow Jones-index meer dan 200%.

Ondertussen dertig jaar geleden, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. Met driehonderd studenten zaten we te wachten in de collegezaal. Op een professor ‘financiering en belegging’ die maar niet kwam opdagen. In het pre-internettijdperk vernamen we later pas waarom. Het was maandag 19 oktober 1987, de dag dat beurzen crashten. Aangevoerd door Wall Street. Die crash kwam er na de forse koersrally van de jaren voordien. Tussen 1980 en de herfst van 1987 steeg de Dow Jones-index meer dan 200%.

Ook nu gaat het al een tijdje best aardig op beurzen. In euro’s omgerekend bedroeg het totaalrendement van de MSCI World-index bijna 270% sinds het dieptepunt van maart 2009. De S&P500-index behaalde zelfs een rendement van 320% gemeten in lokale Amerikaanse dollars. Voor de eurozone mochten we ongeveer een verdubbeling optekenen, gemeten volgens de MSCI EMU-index.

Geen wonder dat steeds vaker de vraag opduikt of we niet stilaan winst moeten nemen?

En zelfs of het überhaupt nog verantwoord is om te beleggen?

 

Dure waardering

Niemand kan beweren dat beurzen goedkoop zijn. Zo bedraagt de koers-winstverhouding van de S&P500-index nu 19,6 op basis van de geschatte 2017-winsten. Terwijl het gemiddelde over de laatste eeuw eerder 16 bedraagt. Ook in Europa noteert het gemiddelde aandeel tegen 16 keer de winst van de onderliggende onderneming. Enkel in de groeilanden (Azië) lijkt deze waarderingsparameter mee te vallen, met een niveau van rond de 14.

Toch betekent de forse waardering niet automatisch dat een correctie op komst is. De waardering van beurzen is nu eenmaal een slechte parameter voor de timing van marktbewegingen. Met andere woorden: aandelen kunnen héél lang goedkoop of duur zijn, zonder dat de situatie omkeert.

Bovendien, er is meer in het leven van een beurskoers dan de koers-winstverhouding. In een gespreide portefeuille hebben beleggers in essentie de keuze tussen aandelen en obligaties. Natuurlijk zijn hierbij de specifieke verwachtingen voor iedere beleggingscategorie apart belangrijk. Maar ook de relatieve (on)aantrekkelijkheid van de andere categorie speelt een belangrijke rol. Vanuit deze bril bekeken blijven aandelen nog steeds interessant.

De Duitse tienjarige staatsrente bedraagt nauwelijks 0,5%. In Europa ligt het gemiddelde dividend van het gemiddelde aandeel iets boven de 3%. Zelfs beleggers die vooral op zoek zijn naar reguliere inkomsten, hebben er dus belang bij Europese aandelen te blijven bekijken.

In de VS ligt de situatie genuanceerder. Het gemiddelde aandeel in de S&P500-index betaalt een dividend van 2%. Terwijl tienjarig Amerikaans staatspapier 2,4% oplevert. Nagenoeg gelijk dus.
Toch lijkt dit geen onmiddellijk gevaar te vormen voor beurzen. Om de vergelijking met 1987 nog maar eens te maken: net vóór de crash was de Amerikaanse obligatierente bijna 3,5 keer zo hoog in vergelijking met het gemiddelde dividend. Daar zijn we vandaag nog ver van verwijderd.

 

Wat doen de centrale bankiers?

Net als dertig jaar geleden spelen centrale banken een belangrijke rol, en mogelijk nog invloedrijker dan destijds. Het ruime monetaire beleid is onmiskenbaar van invloed op de hoogte van de aandelenmarkten. Natuurlijk kan zowel in de VS als in Europa de obligatierente de komende maanden oplopen. De Federal Reserve is begonnen met het afbouwen van haar balans. En ook de ECB draait het aankoopprogramma voor obligaties vanaf 2018 op een lager pitje. Toch is de algemene verwachting dat het ruime monetaire beleid zeer geleidelijk zal worden afgebouwd. En dat de economische groei krachtig genoeg is om de effecten van een krapper monetair beleid te neutraliseren. De langetermijnrente kan weliswaar oplopen, maar per saldo gradueel. Vooral in de eurozone. In de VS is het gevaar iets groter dat de centrale bank forser de rente forser zal optrekken dan verwacht. Zodat het rentegevaar voor aandelenbeurzen daar op enig moment nadrukkelijker zou kunnen opduiken.

Om die reden houden we trouwens de Amerikaanse inflatiecijfers goed in de gaten. Als die zouden oplopen, verhoogt dat de druk op de centrale bank om in te grijpen. In 1987 was dat bijvoorbeeld het geval. Bedroeg de inflatie medio 1986 nog 2%, dan lag dat cijfer twaalf maanden later op 4%. Zodat de Federal Reserve in de eerste helft van 1987 haar beleidsrente met bijna 1,5% optrok. Een dergelijk scenario zou ook dit keer vervelend kunnen zijn voor aandelenprijzen.

 

Economie draait goed

Toch mogen we niet vergeten dat het dichter draaien van de geldkraan door centrale banken in essentie een uiting van vertrouwen is. Vertrouwen dat de economische trein op de rails blijft. Het IMF verhoogde recent nog zijn wereldwijde groeiverwachtingen voor 2017 en 2018. Onder meer aangedreven door de eurozone, Japan en China.

Binnen deze regio’s bevinden vooral de winstcijfers van Europese ondernemingen zich nog ver van hun piekniveaus in 2007. Gemiddeld zo’n 20%. Een verder aantrekkende economie, waar we op basis van de recente data vanuit kunnen gaan, kan dit gat opvullen en hiermee de beurskoersen ondersteunen.

Conclusie: blijven beleggen

De vragen of het opportuun is om te blijven beleggen, zijn logisch. Naast het reeds mooie beursverloop van de afgelopen jaren, ligt vooral het dichter draaien van de geldkraan door centrale banken op de loer. De geleidelijkheid waarmee dat zal gebeuren, nuanceert echter het mogelijke gevaar. En stel dat er onverhoopt economische groeivertraging optreedt, dan staan centrale banken waarschijnlijk weer klaar om een vangnet te bieden.  

Natuurlijk is een tussentijdse correctie nooit uitgesloten. Maar zoiets gebeurt per definitie onverwacht en is onvoorspelbaar. Echter, zolang de wereldwijde economische groeimotoren op het huidige toerental blijven draaien, kan zo’n correctie eerder koopgelegenheden opleveren dan een signaal zijn om voor lange tijd de markt te verlaten.